zondag 17 november 2013

Door het water naar het nieuwe leven

(Tweede overdenking in een serie van twee over water in de Bijbel)

In de vorige overdenking stond ik stil bij water als dorstlesser. Jezus die mijn geestelijke dorst wil lessen. Wanneer ik geestelijk uitgeput bent, is Jezus de enige bron, waar ik echt mijn dorst kan lessen. God wil mij door Zijn Zoon nieuwe kracht en nieuw leven geven. Zijn liefde stroomt als een rivier, die nooit opdroogt, voor iedereen die met zijn of haar dorst naar hem toe gaat. Die boodschap klinkt door heel de Bijbel heen.

Water speelt een belangrijke rol in de weg die God met Zijn volk gaat. Het begint al bij de schepping. God maak scheiding tussen water en land. Temidden van die woeste watermassa schiep Hij een plaats voor de mens om te leven. Maar om te leven hebben planten, dieren en mensen water nodig! En ook daarin voorzag God: "Wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide." (Genesis 2:6) Het water moet de Schepper gehoorzamen. Hij spreekt het woeste water toe en het vloeit weg om een droge plek te maken waar de mens kan leven. Maar tegelijk doseert hij dat woeste water om vruchtbaarheid te brengen.

God haat het kwaad
Maar waar de mens bedoeld is om met God te leven, koos de mens anders. Ze gingen hun eigen gang en keerden God de rug toe. Ze leefden een leven dat zo erg in ging tegen hoe God het had bedoeld, dat Hij het niet langer aan kon zien. God maakt er een einde aan door alle grenzen die Hij aan het water had gesteld op te heffen. Het water werd een allesverwoestende vloed, dat alle kwaad moest uitroeien. Alleen Noach, zijn gezin en de dieren die ze mee moesten nemen werden gespaard, dwars door de waterstromen heen. Pas als God het water een halt toe roept, ontstaat er weer ruimte voor leven: "Toen dacht God weer aan Noach en aan alle wilde dieren en het vee bij hem in de ark. Op zijn bevel begon er een wind over de aarde te waaien, waardoor het water afnam." (Genesis 8:1)

Vervolgens lees ik over Jozef, die in een lege waterput gegooid wordt, en later bij de farao van Egypte een droom moet uitleggen over vette en magere koeien die uit het water komen. Het water van de Nijl in dit geval, die grote vruchtbaarheid bracht en daarom als god werd vereerd. Maar God zal Egypte laten zien, dat niet dat water, maar Hij de regie heeft. God geeft water voor groei, maar Hij kan dat water ook weg nemen, zodat er droogte en hongersnood komt. 

In Exodus lezen we over een baby, van wie het leven gered wordt, doordat zijn moeder hem in een mandje in diezelfde rivier, de Nijl, legt. Hij wordt gevonden door de prinses van Egypte. "Ze noemde hem Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.’ (Exodus 2:10) Juist deze Mozes, die uit het water wordt gered wordt, zal God later gebruiken om Zijn volk uit Egypte te halen.

Door het water naar nieuw leven
Twee keer moet het volk daarvoor door het water heen. De eerste keer door de Rode Zee, waarbij Mozes de opdracht krijgt om zijn staf uit te strekken over het water. Het water wijkt en het volk kan verder. Maar zodra Mozes zijn staf laat zakken, stroomt het water terug en overspoelt het de Egyptenaren. Na hun woestijnreis moeten ze opnieuw door het water. Nu ontstaat er pas een pad, wanneer ze in geloof het water in stappen. (Lees hierover ook de overdenking: Geloofwaardige voorbeelden nodig) Ik geloof stellig, dat deze tochten door het water niet voor niets zijn. God wijst zijn volk de weg naar het leven. Hij temt daarvoor het water. Tegelijk gebruikt Hij datzelfde water om het kwaad te verzwelgen. Na deze les bij de eerste doortocht, stelt God bij de tweede doortocht de vertrouwensvraag: Vertrouwen jullie er op, dat Ik jullie door het water heen naar het leven kan brengen naar het land, dat Ik jullie heb beloofd? Daarnaast is het ook een moment van afscheid en een nieuw begin. Afscheid van het kwaad, van het van God afdwalen en eigen wegen gaan en daarmee een stap zetten naar het nieuwe leven in het land van de belofte.

Aan het einde van Exodus, in hoofdstuk 30, lezen we over het bronzen wasbekken. Telkens voordat ze de ontmoetingstent in gingen, moesten Aäron en zijn zonen hun handen en voeten wassen. Ook hier weer het water als teken. Alle vuil moest worden weggespoeld. Ze kunnen God niet ontmoeten, zonder het kwaad, de zonde, achter zich te laten.

Staan in Gods kracht
In 2 Koningen 2 lezen we opnieuw over een pad door de rivier. Elia is, net voor hij wordt weggenomen, samen op weg met Elisa naar Jericho. Wanneer ze aan de oever van de Jordaan staan, slaat Elia met zijn mantel op het water en er ontstaat een pad. Op de terugweg doet Elisa hetzelfde. "Hij sloeg met Elia’s mantel op het water en riep uit: ‘Waar is de HEER, de God van Elia?’ Dus ook hij sloeg op het water en opnieuw vloeide het naar links en naar rechts weg, zodat Elisa kon oversteken." (2 Koningen 2:14)

Ooit bij de Rode Zee hief Mozes zijn staf over het water en er ontstond een pad. Ooit liepen de priesters met de Ark het water van de Jordaan in en er ontstond een pad. Nu slaan Elia en Elisa op het water en er ontstaat een pad. Het water gehoorzaamt hen, omdat zij allen staan in de kracht van God. Zoals het water God gehoorzaamt, zo gehoorzaamt het ook wie in Zijn kracht staat. 

Asaf zingt er over: "Toen het water u zag, o God, toen het water u zag, begon het te beven, een huivering trok door de oceanen." (Psalm 77:17) Opvallend dat hij vlak daarna zingt: "Door de zee liep uw weg, door de wijde wateren uw pad, maar uw voetsporen bleven onzichtbaar." (Psalm 77:20) God is zichtbaar, maar zijn voetsporen zijn onzichtbaar. God ging niet zelf door het water heen, maar Zijn macht werd zichtbaar in hen die gingen staan in Zijn kracht!

God regeert
Water, het is verwoestend wanneer God het zijn gang laat gaan. De mensen in de tijd van Noach hebben het ervaren, de Egyptenaren hebben het ervaren. God liet het water stromen om het kwaad te verwoesten. Maar Hij riep het water een halt toe om voor mensen een plek te creëren om te wonen, om zijn volk naar het land van de belofte te brengen om wie hem liefhebben te beschermen. Zo maakte Hij zich bekend en zo is het ook van generatie op generatie doorverteld. Van Job lezen we dat hij, jaren later, zegt: "Met zijn kracht doet hij de zee bedaren." (Job 26:12) En in Spreuken: "Toen hij aan de zeeën grenzen stelde, het water met zijn woord zijn plaats gaf, de fundamenten van de aarde legde. (Spreuken 8:29) En in Jesaja: "Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellenmaat?" (Jesaja 40:12)

Wij kunnen soms ook het gevoel hebben overspoeld te worden. Niet letterlijk door water, maar door zorgen, door gebeurtenissen in het leven, door het kwaad om ons heen. Ook dan is er maar één uitweg. "Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast en trok mij op uit de woeste wateren, ontrukte mij aan mijn machtige vijand, aan mijn haters, die sterker waren dan ik." (Psalm 18:17-18) David weet dat er maar een uitweg is om te ontkomen aan het kwaad: Je uitstrekken naar Hem aan wie het water moet gehoorzamen. "De stem van de HEER boven de wateren, de God vol majesteit doet de donder rollen, de HEER boven de wijde wateren, de stem van de HEER vol kracht, de stem van de HEER vol glorie." (Psalm 29:3-4)

Wees niet bang
Dit is mijn troost en zekerheid: "Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien." (Jesaja 43:2) "Het water sloot zich boven mijn hoofd, ik dacht: Ik ben verloren. Uit de diepte van de put roep ik uw naam, HEER. U hoort mijn stem. Sluit uw oor niet voor mijn zuchten en mijn hulpgeroep. Altijd als ik roep, bent u nabij; u zegt mij: ‘Wees niet bang.’ U, Heer, neemt het voor mij op, u redt mijn leven." (Klaagliederen 3:54-58) Gods naam is 'Ik zal er zijn'. Hij is dezelfde, die Hij altijd is geweest. Zoals het volk Israel Hem heeft leren kennen, zo mag ik Hem ook kennen. Wat een rijkdom! 

Soms is het nodig daar weer aan herinnerd te worden. Jona wilde even niet de weg van God gaan.   Hij ging zelfs voor God op de vlucht. En wat gebeurde er met hem? Hij werd in de zee gegooid. Letterlijk in de woeste golven. God laat hem opslokken door een vis, maar nog steeds omringt door  een grote watermassa. En daar komt Jona tot een belijdenis: "U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee. Door kolkend water ben ik omgeven, zwaar slaan uw golven over mij heen. Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen. Maar eens zal ik opnieuw uw heilige tempel aanschouwen. Het water stijgt tot aan mijn lippen, muren van water storten op mij neer, zeewier om mijn hoofd verstikt mij. Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen, naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit. Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog, o HEER, mijn God! Nu mijn levensadem mij verlaat roep ik u aan, HEER, en mijn gebed komt tot u in uw heilige tempel. (Jona 2:4-8) En wanneer Jona zich zo weer naar God uitstrekt, spuugt de vis hem op het droge. Geweldig hoe God zich hier laat zien, helemaal in lijn met de geschiedenis!

Van oud naar nieuw
Het volk Israel ging door het water heen naar het beloofde land. Hun oude leven moesten ze achter zich laten aan de overkant. Ook ik mag door het water heen naar het beloofde land. Jezus ging mij daar in voor. Jezus ging het water van de Jordaan in om gedoopt te worden. Johannes vertelde de mensen: "Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven." (Matteüs 3:11) door het water gaan, betekent het oude leven achter je laten. Jezus kwam op aarde als mens om onze zonden op zich te nemen. En dus moest hij door dat water heen. Voor mij! 

Hij was mens, maar is ook de Zoon van God. De God aan wie het water moet gehoorzamen en daarom kan het Jezus ook niet vast houden.  "Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’ (Matteüs 3:16-17) 

Jezus leert Zijn discipelen, dat ze in Zijn kracht moeten gaan staan: "Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?’ Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’ (Marcus 4:37-41) In geloof mag ik staan in Gods kracht en kan ik elke storm bestraffend toe spreken.

Jezus redt
Wanneer ik ga staan in Zijn kracht kan ik met een gerust hart door het water gaan. Door het water heen om mijn oude leven achter me te laten en het nieuwe binnen te stappen. Petrus zegt over de zondvloed in de tijd van Noach: "En dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus, die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn. (1 Petrus 3:21-22) 

Tot het einde toe zal satan proberen om ons te verdrinken in de woeste golven van dit leven. "Toen spuwde de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren." (Openbaring 12:15) Zolang ik echter in Gods kracht blijf staan, ben ik veilig, want "Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. (1 Johannes 5:6) In Christus kom ik veilig aan de overkant!

1 opmerking: