maandag 30 december 2013

Vol vertrouwen het nieuwe jaar in

Geloofsvertrouwen
Ben jij meer van het terugkijken of van het vooruit kijken? Een actuele vraag zo rond de jaarwisseling. Het antwoord hangt af van je omstandigheden. Heb je mooie dingen meegemaakt, dan kijk je graag terug. Nog even nagenieten! Heb je een jaar achter je met veel 'moeite en leed', dan zul je dat graag achter je willen laten en liever vooruit kijken. Het kan ook tegenstrijdige gevoelens geven. Bijvoorbeeld wanneer je iemand verloren hebt van wie je hield. Mooie herinneringen, pijn van het gemis, weer verder moeten. Je wordt heen en weer geslingerd tussen gevoelens.

Terugkijken heeft, los van de verschillende emoties, iets veiligs. Je kijkt altijd terug op feiten; echt gebeurd. Je weet wat je had, maar niet wat je krijgt. Vooruit kijken gaat gepaard met onzekerheid. Je hebt plannen, maar weet niet of ze uit komen. Je hoopt op wat je nog niet kunt zien.

Ik moest hier aan denken toen ik las over het volk Israël in de woestijn. Hoe groot ook hun 'moeite en leed' in Egypte, ze wisten wat ze hadden. Wat ze zouden krijgen, was nog niet zichtbaar. Ze hadden 'slechts' Gods belofte.

Gedurende de hele woestijnreis speelt voedsel een belangrijke rol. Wanneer het volk geen eten meer heeft, verliezen ze hun vertrouwen. Ze verlangen terug naar hun zekerheden in Egypte. Daar hadden ze tenminste te eten! God laat echter zien dat ze hem kunnen vertrouwen. Hij geeft hen voedsel. Hij belooft genoeg voor elke dag, maar wat vinden ze het moeilijk om daar op te vertrouwen! 

God wil Zijn volk een belangrijke les leren. "U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt. (Deuteronomium 8:3)

Wanneer ze later aan de grens staan van het beloofde land sturen ze twaalf mannen vooruit om het land te verkennen. Over een ding zijn ze het eens: "Wij zijn in het land geweest waar u ons naartoe hebt gestuurd,’ vertelden ze aan Mozes. ‘Werkelijk, het vloeit over van melk en honing, en deze vruchten groeien er." (Numeri 13:27) Zou het toeval zijn, dat de manna smaakte naar honing of zou God hen op deze manier letterlijk een voorsmaak hebben gegeven van het beloofde land?

De twaalf mannen hebben echter ook een verschil van mening! Ondanks al dat mooie dat ze hebben gezien, zijn tien van de mannen van mening, dat ze het land nooit in zullen kunnen nemen. De mensen zijn er groot en sterk; sommigen zelfs zo groot dat het wel reuzen leken! 
De twee anderen staan er heel anders in: "Als de HEER ons goedgezind is, zal hij ons erheen brengen en het ons geven. Maar verzet u dan niet tegen de HEER en wees niet bang voor de bevolking van het land: die vermorzelen we met gemak." (Numeri 14:8-9)

Wat een verschil in focus! De tien laten zich leiden door angst, de andere twee door hun vertrouwen op Gods beloften. Ten diepste is dit: 'zelf alles willen doen' versus 'uit handen geven', 'zekerheid' versus 'vertrouwen'. Kiezen voor vertrouwen is niet de meest logische keuze. Dat blijkt ook wel uit de reactie van het volk op wat de twee, Jozua en Kaleb, zeggen: massaal willen ze hen stenigen! Best schokkend als je er over nadenkt! Ondanks alles wat God Zijn volk heeft laten zien, is er sprake van bijna totale weerstand wanneer twee mensen oproepen God te vertrouwen. 

Het laat me ook in de spiegel kijken: Hoe kijk ik naar het nieuwe jaar? Ben ik op zoek naar zekerheden? Kijk ik naar de hobbels waarvan ik nu al weet dat ik ze moet nemen? Wil ik graag mijn eigen weg uitstippelen? Of ga ik met vertrouwen het nieuwe jaar in, in de wetenschap dat God zal voorzien in alles wat ik nodig heb, maar waarvan ik nog niet kan overzien hoe Hij dat doet?

Toen ik Numeri 14 in een andere vertaling las, viel me op dat vers 9 opvallend anders werd vertaald. In plaats van "die vermorzelen we met gemak" stond er "zij zijn ons tot voedsel". Ook in andere vertalingen werd voor deze laatste vertaling gekozen. Het maakte mij nieuwsgierig. Hoe kan een volk jou tot voedsel zijn? 

Ik ging op zoek naar wat er in het Hebreeuws staat. Dat leverde mij een boeiend inzicht op! Er staat namelijk LCHM. Nu ken ik geen Hebreeuws en dus volgde een verdere zoektocht via het internet. LCHM kun je uitspreken als 'lechem' en dan betekent het 'brood'. Spreek je het uit als 'lacham' dan betekent het 'vechten'. Die twee hebben ook weer alles met elkaar te maken. In een uitleg die ik las van een kenner van het Hebreeuws werd verwezen naar Genesis 3:19: "Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug." Voordat je brood kunt eten moet je eerst het land bewerken, zaaien, onkruid weghalen, oogsten, het graan malen en het deeg bereiden. Het deeg moet je flink kneden en als het ware in elkaar slaan om het tot een goed deeg te maken. Wil je brood eten dan heb je dus heel wat werk moeten verzetten. Bijzonder hoe die twee betekenissen in een woord samenkomen!

Maar het gaat nog verder! Als je de letters LCHM los opnoemt, staat er: Lam Chet He Mem. Lam verwijst naar een herdersstaf, Chet naar een tent, He naar iemand met open armen en Mem naar water of bloed. Heel bijzonder! Het woord als geheel betekent 'brood' of 'vechten', maar de afzonderlijke letters verwijzen elk rechtstreeks naar Christus, de Herder die bij zijn volk woonde in een tent en wiens bloed vloeide aan het kruis. Jezus zegt later over zichzelf: "Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam." (Johannes 6:51). Hij is de LHCM, dat neerdaalt! En waar werd Jezus geboren? In Betlehem! Hier zien we opnieuw dat woord LCHM in terug! Betlehem betekent dan ook 'huis van brood'. 

Dat God Zijn volk manna gaf, brood uit de hemel, past helemaal in deze lijn door de geschiedenis heen! Ongetwijfeld zullen ze dat niet beseft hebben. Desondanks hebben Jozua en Kaleb alle vertrouwen in hun God. Daarvan getuigen ze hun volksgenoten. Heeft God hen niet als een herder verzorgd en door de woestijn geleid? Woonde Hij niet bij hen in een tent? Die God zal hen niet in de steek laten. Hij zelf nodigt Zijn volk uit om het land binnen te gaan, met open armen! Ze zullen het gevecht aan moeten gaan. Maar daarin staan ze niet alleen. God zelf zal de tegenstanders van Zijn volk uit de weg ruimen. Tegelijk zijn hun woorden ook een profetie. Een vooruitwijzing naar Christus die komt om het kwaad, Zijn grote tegenstander, definitief te overwinnen.

De vraag voor de Israëlieten is: Vertrouwen jullie Mij? Die vraag zien we steeds weer terug. In Maleachi lezen we: "Stel mij maar eens op de proef – zegt de HEER van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen." (Maleachi 3:10) Anders gezegd: 'Durven jullie mij terug te geven van wat ik jullie heb gegeven? Vertrouwen jullie Mij, dat je er overvloedige zegen voor terug krijgt?' 

Op de grens van oud en nieuw zijn dit ook de vragen die mij gesteld worden. Blijf ik achteruit kijken naar feiten en zogenaamde zekerheden? Probeer ik zelf, misschien krampachtig en vol stress, mijn eigen weg te banen, mijn eigen oplossingen te zoeken en mijn eigen toekomst veilig te stellen? Of durf ik alles los te laten en ga ik vol vertrouwen de toekomst tegemoet? Niet mijn toekomst, maar Zijn toekomst. Durf ik er op te vertrouwen dat Hij mij de weg zal wijzen, mij over elke hobbel heen zal helpen en mij zal geven wat ik nodig heb oftewel 'mijn dagelijks brood'?

Jozua en Kaleb wijzen mij de weg. Alles in het afgelopen jaar is mij tot brood, tot LCHM', wanneer ik mijn weg ga in geloof en vertrouwen op Hem die zelf het levende LCHM is. Jezus leert zijn leerlingen een belangrijke les: "Ik heb voedsel dat jullie niet kennen." Net zoals destijds de Israëlieten het manna niet kenden! "Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien. Jullie zeggen toch: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie eropuit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af." (Johannes 4:31-38)

Mijn gebed voor het nieuwe jaar is, dat God mij door Zijn Geest elke dag weer het vertrouwen geeft om alles aan Hem over te laten en in geloof Zijn weg mag gaan en niet mijn eigen weg. Dat ik vrijmoedig geef, van wat Hij mij geeft en anderen daarin laat delen. Dat ik elke dag weer besef, dat die dag niet bedoeld is om aan mijn koninkrijk te werken, maar dat het gaat om Zijn Koninkrijk. Dat ik Zijn wil mag doen, mag zaaien én oogsten tot de dag dat Hij terugkomt. 

Met Jabes bid ik: "Wil mij toch overvloedig zegenen en mijn gebied vergroten; laat uw hand met mij zijn; weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft! En God schonk wat hij had gevraagd." (1 Kronieken 4:10 NBG51)

Dat vertrouwen en Zijn zegen wens ik ook jou van harte toe!

1 opmerking:

  1. Mooi gebed in onzekerheid. Elke dag door Zijn Geest Hem leren vertrouwen. Dank je wel. En ik hoop dat je ook in 2014 verder gaat met het delen van je gedachten over bijbelse dingen en je hoop in Hem.

    BeantwoordenVerwijderen