zondag 13 april 2014

Geen haan die er naar kraait

de haan kraait
Een bekend gedeelte uit het evangelie van Goede Vrijdag en Pasen: Petrus die tot drie keer toe zegt dat hij Jezus niet kent en dan de haan hoort kraaien. De vier evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes vertellen het alle vier. En bij alle vier lezen we ook, dat Petrus na het kraaien van de haan bitter weende, omdat hij zich dan de woorden van Jezus herinnert: "Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent." (Lucas 22:34) 

Petrus, die had gezegd: "Misschien zal iedereen ten val komen, maar ik niet!" (Marcus 14:29) "Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit." (Matteüs 26:35) "Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven." (Lucas 22:33) Ik geloof echt, dat het uit zijn hart kwam! Hij hield zoveel van zijn Meester. Alles had hij voor Hem over! Was het ook niet Petrus, die zijn zwaard trok om Jezus te verdedigen en een slaaf van de Hogepriester zijn oor af sloeg? Een wapenfeit, die we over geen van de andere leerlingen horen! Geen woorden, maar daden!

Maar wanneer de haan kraait, realiseert Petrus zich, dat hij heeft gefaald! Toen het er op aan kwam, had hij maar een klein hartje! Hij was bang! Wat een teleurstelling! Jezus had gelijk gekregen. Hij had zijn meester verloochend en weent bitter wanneer hij zich dat realiseert.

Zo lijkt het een ding van Petrus zelf te zijn: teleurgesteld zijn in zichzelf, eigen falen, in de knoop met eigen verdriet. Zo heb ik het ook altijd gelezen of opgevat. En met, in het verlengde daarvan, toch een soort van oordeel over Petrus: Hoe kon hij dát nu toch doen! 

Die ene blik
Deze week las ik de lijdensgeschiedenis zoals Lucas het beschrijft. Ik werd getroffen door een detail, die alleen hij vertelt: "De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter. (Lucas 22:61-62) Ongetwijfeld heb ik het vaker gelezen of gehoord, maar nooit echt bewust. Door die ene zin krijgt deze geschiedenis ineens een andere lading! Jezus moet de verloochening door Petrus hebben gehoord. En ook Jezus hoorde de haan kraaien. En dan is daar dat moment van oogcontact tussen hen beide. En pas dan is daar het verdriet van Petrus!

Die ene blik doet Petrus beseffen wat hij zijn Meester heeft aangedaan! Het gaat niet om het teleurgesteld zijn in zich zelf. Dan zou deze gebeurtenis alleen maar over Petrus gaan. Maar die ene zin, die ene blik, maakt duidelijk dat het hier gaat om de relatie tussen Petrus en Jezus. Petrus beseft, dat hij zijn relatie met Jezus kapot heeft gemaakt. Die ene blik moet hem door merg en been zijn gegaan ... 

Voorbede
Ik moet denken aan het gebed, dat Jezus bidt voordat Hij gevangen wordt genomen: "Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad." (Johannes 17:20-23) Jezus heeft het hier over Zijn relatie, Zijn diepe verbondenheid, met Zijn Vader. Hij vraagt Zijn Vader of diezelfde verbondenheid, die relatie, ook zichtbaar mag worden in Zijn leerlingen en vervolgens in allen die door hun verkondiging geloven in Jezus zullen gaan geloven.

In dit gebed klinken Jezus woorden door uit Johannes 15: "Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven." (Johannes 15:4) Dat "in mij blijven" wijst op een diepe verbondenheid. Petrus is door het ontkennen van zijn relatie met Jezus als het ware losgeraakt van de wijnstok. En zonder opnieuw geënt te worden door Jezus kan Petrus geen vrucht dragen. Petrus heeft openbaar, hoorbaar voor anderen, zijn relatie met Jezus ontkent en stuk gemaakt. Om een geloofwaardige getuige te kunnen zijn, moet er, opnieuw openbaar, herstel plaats vinden. 

Herstel
En dat doet Jezus dan ook: Wanneer Jezus na zijn opstanding enkele keren aan zijn leerlingen verschijnt, roept Jezus Petrus bij zich. Drie keer vraagt Hij aan Petrus of hij van Hem houdt: "En voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. (Johannes 21:17) Weer is daar het verdriet bij Petrus! Tranen die hem ongetwijfeld herinneren aan zijn eerdere tranen!

Deze geschiedenis krijgt vaak als opschrift 'Petrus in ere hersteld'. Dan lijkt het toch weer om Petrus te gaan. Maar die ene blik van Jezus op de binnenplaats bij het huis van de Hogepriester bepaalt mij er bij, dat het niet zozeer om Petrus gaat, maar om zijn relatie met Jezus. Door te zeggen, dat Hij Jezus niet kent, is Petrus een losse rank geworden; ten dode opgeschreven! "Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand." (Johannes 15:6)

Maar Jezus komt bij Petrus om de relatie te herstellen, om Petrus opnieuw te enten en weer vruchtbaar te maken. Ook voor Petrus geldt weer: "Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn." (Johannes 15:7-8)

Gebedsverhoring
Verder lezend in Handelingen lees ik hoe het gebed van Jezus voor Zijn leerlingen ook wordt verhoord! Geleid door de Heilige Geest getuigt Petrus: "'Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’" (Handelingen 2:38-40) 

Jezus bad: "Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden." (Johannes 17:21) En wat is het dan geweldig als ik dan na de toespraak van Petrus in Handelingen lees: "Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. (Handelingen 2:41-42) God geeft de eenheid, waar Jezus om bad en als vrucht van het getuigenis van Petrus. Wat een genade!

Getuigen
Petrus heeft nieuw leven ontvangen en daarvan getuigt hij in zijn eerste brief: "Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop." (1 Petrus 1:3) In de tuin van de Hogepriester schaamde Petrus zich om 'volgeling van Jezus' genoemd te worden. Maar bij God is vergeving! En daarom mag Petrus anderen voorhouden: "Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust. Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God." (1 Petrus 4:14-16)

Soms kom je in een situatie, dat je ineens een vraag of opmerking voorgeschoteld krijgt, direct of indirect. En dan sta je ineens voor het dilemma: Kom ik uit voor mijn geloof? Zeg ik, dat Jezus het belangrijkste is in mijn leven? En dat ik daarom ergens niet aan mee doe of andere keuzes maak? Zeg ik er wat van wanneer er geroddeld wordt of gevloekt? Als ik naar mijn eigen leven kijk, dan zijn er zoveel situaties waarin ik ineens op die tweesprong sta en waar eigenlijk de vraag klinkt: 'Hoor jij ook niet bij Jezus?' Zeg ik dan volmondig 'ja'? Of laat ik het blijken in wat ik zeg en doe of juist niet zeg en doe? Wanneer ik in een situatie kom waarin ik eigenlijk moet getuigen, maar het niet doe, dan is eigenlijk mijn antwoord: 'Nee, ik ken hem niet!' En de kans is groot, dat er geen haan naar kraait! Maar wat als Jezus zich dan omdraait en naar mij kijkt? Besef ik dat ik mijn relatie met Hem heb stuk gemaakt? En dat ik zo geen vruchten meer kan dragen?

Genade zo oneindig groot
Van Gods weg met Petrus leer ik dat het daarmee dan niet afgelopen is. Gods genade is oneindig groot! Bij God is herstel mogelijk! Petrus werd niet afgeschreven vanwege zijn zonden, maar mocht een belangrijk instrument worden in Gods hand. Daarnaast leer ik hoe belangrijk mijn relatie met God is om vrucht te kunnen dragen. Maar ook, dat dat niet van mij afhankelijk is en er altijd een weg terug is, wanneer ik dingen doe die mijn relatie schaden. God is een God, die herstelt wat is gebroken. Het sterven van Jezus aan het kruis en Zijn opstanding uit de dood zijn daarvan het ultieme bewijs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen