zondag 8 juni 2014

Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn

Waar je schat is daar zal ook je hart zijn
‘Houdt u van uw vrouw?’ vroeg ik een oudere man. ‘Ja, natuurlijk!’ antwoordde hij. ‘Doet u graag wat voor uw vrouw?’ Opnieuw antwoordde hij stellig: ‘Jazeker!’ We hadden een gesprek over de kerk, over kind van God zijn en het vallen en opstaan in het geloof. ‘We leven in het verbond en een verbond heeft een belofte en een eis. God heeft ons daarom Zijn wet gegeven.’ stelde hij.

Ook het huwelijk is een verbond. Je doet elkaar beloften, maar gaat ook verplichtingen aan. Die zijn zelfs wettelijk vastgelegd. Maar die verplichtingen ervaar je niet als verplichtingen. Je houdt immers van elkaar? En vanuit die liefde doe je niets liever, dan je verplichtingen tegenover die ander nakomen. Sterker nog: Je ervaart het niet eens als verplichting, maar doet het als vanzelfsprekend! De ander hoeft het ook niet aldoor tegen je te zeggen. Je weet het gewoon. Naar mate de liefde groeit, wil je steeds meer van die ander ontdekken. Hoe beter je de ander kent, hoe meer je de ander wilt behagen en dus wil je weten hoe je dat kunt doen. Wég met die sluier!

willen wordt moeten
Wanneer de liefde echter bekoelt en de relatie onder druk staat, dan wordt het ineens een ander verhaal. Je houdt misschien nog steeds van elkaar en je bent tenslotte nog getrouwd. Maar wat je eerst voor de ander deed zonder er over na te denken of juist heel bewust om de ander te behagen, wordt nu ineens een last. Het voelt ineens niet meer als willen, maar als moeten. En ook al zou je het desondanks gewoon doen, dan voelt het niet als bevredigend. Eigenlijk wil je liever juist het tegenovergestelde doen van wat je zou moeten doen. En de ander zal dit eveneens ervaren. In alles is merkbaar, dat het ineens een verstandelijk iets is geworden en niet meer iets van het hart. Het verlangen om de ander te behagen is uitgedoofd. Waar de relatie eerst beheerst werd door liefde, wordt die nu beheerst door de wet. Maar de huwelijkswet zelf is niet in staat om je relatie weer op de rit te krijgen. Dat kan alleen door de liefde.

In mijn relatie met God is het niet anders.  Wanneer ik vol ben van Zijn Liefde, dan doe ik niets liever dan alles wat Hij wil. In Christus is dat mijn nieuwe natuur. Het is niet langer een moeten, maar een willen. “Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn.” (Galaten 2:19-21)

vrijheid wordt gebondenheid
Wanneer mijn relatie met God echter onder druk staat, omdat ik mij niet door Zijn Liefde laat vullen, dan ben ik niet langer gericht op Hem. “Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen. Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God, maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft.”(Romeinen 7:21-23) God liefhebben ervaar ik als verplichting. Ik weet wat Hij wil, maar ik doe het met tegenzin, omdat het nu eenmaal moet. Ik ben toch met Hem verbonden, nietwaar? God dienen wordt een wettelijke verplichting en is niet meer iets van mijn hart. Vrijheid wordt gebondenheid.

de weg naar herstel
Maar de wet kan mijn relatie met God niet herstellen. Dat kan alleen door de liefde. Daarvoor kwam Christus, die zelf Liefde is. Hij stierf om de wet te vervullen. In Christus wordt mijn relatie met God hersteld. “Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood. Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft Hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest. Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil. Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede. Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat. Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen. Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God woont in u. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus ook niet toe.” (Romeinen 8:1-9)
De vraag is dus: Geef ik de Geest de ruimte en laat ik me door Hem leiden zodat ik weer gericht ben op wat God wil. Geloof ik, dat ik met Christus ben gestorven, begraven en weer opgestaan? “We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met hem zullen leven.” (Romeinen 6:4-8)

nieuw in Christus
In Christus ben ik een nieuw mens, heb ik een nieuw leven. Een leven dat gekenmerkt wordt door de Liefde voor God, het volgen van Jezus en de kracht van de Geest die werkzaam is in mijn leven. Deze drie zijn niet los verkrijgbaar, maar gaan altijd samen! En dan wordt als vanzelf het grote gebod in mijn leven zichtbaar: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.” (Matteüs 22:37-39) Wanneer ik door de Geest in Christus vol ben van de Liefde voor God, dan is dat geen last meer, maar een lust! Ik doe niets liever dan dat! Daarin wordt herstel van mijn relatie met God zichtbaar. "Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend." (2 Korinthiërs 3:6) 

Ik hoef die wet dus niet steeds weer te horen. Het staat in mijn hart gegrifd. Sterker nog, Paulus zegt: "Dit is onze hoop, en daarom handelen we in alle openheid en zijn we niet als Mozes, die zijn gezicht met een sluier bedekte, zodat de Israëlieten niet konden zien dat de glans verdween. Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt. Hij wordt alleen in Christus weggenomen. Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart, telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen. Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen. Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd." (2 Korinthiërs 3:12-18)

In Psalm 119, die helemaal gaat over de wet, wordt die sluier ook genoemd: "Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien hoe wonderlijk mooi uw wet is." (Psalmen 119:18) Zo wijst deze hele Psalm vooruit naar het werk van Christus. Hij zal de sluier wegnemen. En in dat ligt begrijp ik ook, dat de dichter kan zeggen: "Mijn ziel kwijnt weg van verlangen naar uw voorschriften, dag en nacht." (Psalmen 119:20). Het is de Geest die dat in mij tot stand brengt. Hij drijft de bruid in de armen van de Bruidegom en haalt de sluier weg.

“Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen,  ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid. (Efeziërs 3:14-19)

niet mijn wil, maar Uw wil
Jezus zelf is mijn grote Voorbeeld. Hij werd mens zoals wij, maar bleef in alles op God gericht. En wat er ook gebeurde en wat Hij ook moest ondergaan, Jezus liet zich leiden door de Geest. Liefde kenmerkte alles wat Hij deed. En vanuit die liefde kon Hij vlak voor Zijn sterven, ook al wilde Hij eigenlijk iets anders, tóch zeggen: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” (Matteüs 26:39) En vanuit diezelfde liefde mag ik die woorden na spreken, wanneer ik bid: “Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.” (Matteüs 6:9-10)

Wanneer de Geest mij vult met Liefde, dan is Gods wil doen en Jezus volgen geen last maar een lust en kan ik zingen: “Hoe lieflijk is uw woning, HEER van de hemelse machten. Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.” (Psalm 84:2-3) “Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar u, o God. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, wanneer mag ik nader komen en Gods gelaat aanschouwen?” (Psalm 42:2-3) “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” (Matteüs 6:21)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen