zondag 23 november 2014

Er is nog plaats op de edele Olijfboom!

Er is nog plaats op de edele Olijfboom
Bijzonder hoe God je in de Bijbel telkens weer een spiegel voor houdt! Deze week gebeurde mij dat toen ik Romeinen 11 las. "En als nu sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken en u, loten van een wilde olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënt en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel, dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel u." (Romeinen 11:17-18)

Ik mag mij, als niet-Joods christen, als loot van een wilde olijfboom dus, geënt weten op de edele olijfboom. Ik mag deel uitmaken van het Lichaam van Christus, van Zijn Bruid, van Zijn gemeente hier op aarde. Maar dat betekent niet, dat ik beter ben dan de oorspronkelijke takken! Het is 100% genade, dank zij de dood en opstanding van Jezus. Ik heb daarin niets bijgedragen, maar mag het alleen in geloof en dankbaarheid aannemen! Tegelijk dient mijn redding ook nog een ander doel, namelijk de redding van de oorspronkelijke takken, oftewel het Joodse volk! Eerlijk gezegd heb ik daar nog nooit bij stil gestaan!

Paulus behandelt in Romeinen 9-11 een gevoelig thema, namelijk de verhouding tussen Joodse en niet-Joodse christenen, oftewel de heidenen die tot geloof zijn gekomen. "Wat kunnen we hieruit nu opmaken? Hoewel ze er niet naar hebben gestreefd, zijn heidenen als rechtvaardigen aangenomen, op grond van hun geloof. Maar Israël, dat ernaar streefde door de wet rechtvaardig te worden, heeft dat niet bereikt. Wat is daarvan de oorzaak? Ze handelden alsof het van hun daden afhing, en niet van geloof." (Romeinen 9:30-32) De Joden waren opgegroeid met de Thora: leven volgens Gods wet. De heidenen hadden die 'ballast' niet. In Christus waren ze nu gelijk, terwijl ze eerst elkaars vijanden waren. Dit zorgde over en weer voor spanningen.

Deze spanningen begonnen na de gebeurtenissen tijdens de toespraak van Petrus. "Terwijl Petrus nog aan het woord was, daalde de Heilige Geest neer op iedereen die naar zijn toespraak luisterde. De Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen, zagen vol verbazing dat ook heidenen het geschenk van de heilige Geest ontvingen, want ze hoorden hen in klanktaal spreken en God prijzen. Toen merkte Petrus op: ‘Wie kan nu nog weigeren deze mensen met water te dopen, nu ze net als wij de heilige Geest hebben ontvangen?’ En hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus.” (Handelingen 10:44-48) 

Vele Joden vonden dit lastig te accepteren; ook degenen, die Jezus aan hadden genomen als hun Messias. "Toen Petrus terugkwam in Jeruzalem, spraken de Joodse gelovigen hem hierover aan en verweten hem dat hij onbesnedenen had bezocht en samen met hen had gegeten." (Handelingen 11:2-3) Petrus neemt de tijd om het hen uit te leggen en met succes! "Toen ze dat gehoord hadden, waren ze gerustgesteld en loofden ze God met de woorden: ‘Dan geeft God dus ook de heidenen de kans om tot inkeer te komen en het nieuwe leven te ontvangen.’" (Handelingen 11:18) 

De Joodse leiders wilden er echter niets van weten! Ook Paulus krijgt hier mee te maken. Ze doen er alles aan het evangelie dat Paulus brengt te ontkrachten. "Maar Paulus en Barnabas zeiden onomwonden: ‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden. Want de Heer heeft ons het volgende opgedragen: “Ik heb je bestemd tot een licht voor alle volken om redding te brengen, tot aan de uiteinden van de aarde.”’ Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich en spraken ze vol lof over het woord van de Heer, en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof. (Handelingen 13:46-48) Boosheid bij de Joden, dankbaarheid bij de heidenen.

Paulus maakt hier heel duidelijk waar het om gaat. De Joden, Gods eigen volk, hadden Jezus afgewezen. Zij geloofden niet, dat Hij de Messias was. In Jesaja 53 lezen we hoe dit al voorspeld wordt. Vanaf de bevrijding uit Egypte lezen we al hoe Gods eigen volk Hem telkens de rug toe keert. En nu doen ze het ook bij Zijn Zoon. En vanwege deze afwijzing wordt het evangelie nu aan de heidenen gebracht, in opdracht van Jezus zelf!

Jezus zelf stelde deze afwijzing ook aan de orde in een gelijkenis: "Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.” Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard. Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven." (Marcus 12:6-9) 

Ik vind het indrukwekkend, dat ondanks deze voortdurende afwijzing, God Zijn volk blijft opzoeken. Telkens weer krijgen ze de kans om bij God terug te komen. Hij blijft de deur open houden en Hij blijft gericht op hun redding. En daarmee zijn we terug bij Romeinen 11. "Door hun overtreding konden de heidenen worden gered en daarop moesten zij afgunstig worden." (Romeinen 11:11) De  ontrouw en ongehoorzaamheid van Gods eigen volk, de Joden, maakte de weg naar redding door Christus vrij voor de heidenen. Niet omdat zij beter waren, maar met de bedoeling om de Joden jaloers te maken! En dat verlangen van God is ook de drijfveer van Paulus! "Ik spreek nu tot degenen onder u die uit heidense volken komen. Zeker, ik ben een apostel voor de heidenen, maar ik schat mijn taak juist dáárom zo hoog omdat ik hoop afgunst bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen te redden." (Romeinen 11:13-14) 

En dan komt Paulus met zijn beeld van de edele Olijfboom. "En als nu sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken en u, loten van een wilde Olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënt en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel, dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel u." (Romeinen 11:17-18) De niet-Joodse christenen, oftewel de takken van de wilde olijf, moeten hun plek kennen. Paulus waarschuwt hen voor hoogmoed! Jullie zijn geënt op de edele Olijfboom. Dat maakt jullie als wilde takken, net zo vruchtbaar als hen, de oorspronkelijke takken. Deze vruchtbaarheid komt voort uit de wortel, zegt Paulus. In hoofdstuk 15 citeert hij Jesaja: "Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen." Paulus grijpt hier terug op Jesaja 11:1. Jezus, de stronk van Isaï, brengt nieuw leven voort. Alle takken, de oorspronkelijke én de geënte, mogen delen in de sapstroom. De Heilige Geest is er voor zowel de Joodse als de niet-Joodse christenen. Niet uit verdienste, maar door hun geloof in Jezus. "Dank zij hem hebben we allen door één Geest toegang tot de Vader." (Efeziërs 2:18)

Voor de Joden is de boodschap, dat er altijd een weg terug is. Zelfs voor de weggesnoeide takken is er altijd de mogelijkheid om opnieuw geënt te worden en zo weer deel te krijgen aan Het nieuwe leven in Christus. Bekering is altijd mogelijk! En om ze daarin nog meer aan te sporen geeft God die mogelijkheid ook aan niet-Joden. Niet dus omdat die beter zijn, maar uit pure genade en als prikkel voor Zijn eigen volk. "En als de Israëlieten niet volharden in hun ongeloof, zullen ook zij worden geënt, want God is bij machte hen opnieuw te enten. Immers, als u die van nature een tak van de wilde olijfboom bent, tegen de natuur in op de edele olijfboom bent geënt, hoeveel eerder zullen dan zij die er van nature bij horen, op die boom worden geënt!" (Romeinen 11:23-24)

Het nieuwe leven in Christus is er voor iedereen, die Hem aan neemt. Paulus boodschap is: "Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, maar hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik u prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam.’ En verder staat er: ‘Verheug u, heidenen, samen met zijn volk.’ En er staat ook: ‘Loof de Heer, alle heidenen; prijs hem, alle volken.’ (Romeinen 15:7-11)

Terugkijken in de geschiedenis, ook in de recente geschiedenis, dan kunnen we niet anders dan erkennen, dat we over en weer als Joden én niet-Joden hier ernstig in tekortgeschoten zijn! Wat is er in het westerse christendom, bijvoorbeeld door keizer Constantijn de Grote en velen na hem, veel gedaan om de Joden juist de rug toe te keren en Joodse sporen uit te wissen.

Dit alles zo op een rijtje zettend, wordt ik mij zelf er van bewust, dat die hoogmoed waar Paulus over spreekt ook bij mij aanwezig is. Mijn hele leven eigenlijk al. Ik ben altijd onder de indruk geweest van Gods genade en onvoorstelbare hoeveelheid geduld met Zijn volk. Tegelijk was er ook een gevoel van verbazing, hoe hardleers de Israëlieten waren. Lees bijvoorbeeld het Bijbelboek Rechters eens door. Leren ze het dan nooit? En ook niet na al die ballingschappen? En dan ook Jezus nog eens verwerpen! Hoe is het mogelijk! En zo zit je dan al snel op het spoor van hoogmoed: 'Zo hardleers ben ik niet! Ik heb Jezus wél aangenomen. Als zij de redding niet willen, dan ik wel!' Ook ik keek neer op het Joodse volk en moet daarin oprecht schuld belijden.

Paulus leert mij, dat deze hoogmoed totaal ongepast is! En in alle oprechtheid moet ik erkennen, dat ik er nog nooit bij stil heb gestaan, dat mijn redding er mede op gericht is om de Joden, Gods eigen volk, jaloers te maken. En dat ik zelf daar net als Paulus ook daadwerkelijk een rol in kan spelen, door het evangelie van Jezus Christus ook aan hen te verkondigen. Het is zelfs een opdracht die ik mee krijg! "Zoals u God eens ongehoorzaam was, maar door hun ongehoorzaamheid Gods barmhartigheid hebt ondervonden, zo zijn zij nu ongehoorzaam om door de barmhartigheid die u ondervonden hebt, ook zelf barmhartigheid te ondervinden. Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn." (Romeinen 11:30-32) 

Wat zijn er nog steeds veel Joden en niet-Joden die dit evangelie moeten horen! Paulus schrijft: "Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken. Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus.” (Filippenzen 3:18-20) Nog steeds is er tijd en plek om (opnieuw) geënt te worden op de edele Olijf. Er is nog hoop! "Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest." (Romeinen 15:13) Met die boodschap mag ik, in alle bescheidenheid, de wereld in! 

4 opmerkingen:

  1. Dank je wel, een blog die me raakt. ( misschien wil jij mijn laatste blog ook lezen)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een hoop informatie om te lezen zeg, maar het is zeker de moeite waard. Bedankt!!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ja, de kerkgeschiedenis heeft steeds veel leed veroorzaakt wat de "Joden" betreft...maar Joden vervolgen is nu precies jezelf willen afsnijden van de "Worteldrager" Jezus en dat is niet slim als je een "christen bent". Zelf ben ik een evangelisch christen en schrijf ook in mijn blog:" Wegwijzers van Maria" gedichten en haiku's + overdenkingen uit Gods Woord!

    BeantwoordenVerwijderen