zondag 3 mei 2015

Hoogmoed komt voor de val, maar geloof brengt mensen op de knieën

Hoogmoed komt voor de val, maar geloof brengt mensen op de knieën
Vandaag las ik de profetie van Obadja, het kortste boek in de Bijbel. Een oude profetie, maar nog steeds verrassend actueel! De woorden hadden betekenis op het moment dat Obadja ze uitsprak, maar ook in de tijd van Jezus en ook vandaag zit er een doordringende boodschap in. Een profetie die pas volledig vervuld zal worden wanneer ook de laatste zin realiteit is geworden: "Bevrijders zullen de Sion opgaan en regeren over het bergland van Esau – en aan de HEER zal het koningschap toebehoren." (Obadja 1:21) 

Wanneer Jezus terug komt, zal Hij plaats nemen op de troon van David in Jeruzalem. Maar voor het zover is, zal er strijd zijn. Een onvermijdelijk gevolg van de zondeval. "Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel." (Genesis 3:15) Tot het laatste toe, zal satan alles doen om mensen bij God vandaan te houden of bij God vandaan te halen. Maar het is een strijd waarvan de uitkomst vast staat!

Obadja staat stil bij de strijd tussen Edomieten en Israëlieten, tussen het volk van Ezau en het volk van Jacob. Opnieuw een strijd die was aangekondigd! "De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen." (Genesis 25:23) Sindsdien is het volk van Ezau steeds de vijand geweest van Israël. Bijvoorbeeld toen de Israëlieten op weg waren van Egypte naar Kanaän: "Maar de Edomieten weigerden hun de doortocht en kwamen hun met een groot, sterk leger tegemoet. Omdat de Edomieten hun geen doortocht verleenden, namen de Israëlieten een omweg." (Numeri 20:20-21)

Obadja spreekt Edom aan op hun houding tegenover Israël: "Door je hoogmoed heb je je laten leiden." (Obadja 1:3) "Je hebt je tegen het volk van Jakob gekeerd, geweld gebruikt tegen je eigen broeder." (Obadja 1:10) "Die dag had je de poorten van de stad niet binnen mogen gaan, je had je op die dag van onheil niet mogen verlustigen in het kwaad dat mijn volk werd aangedaan, en op die dag van ongeluk had je je niet mogen vergrijpen aan hun bezittingen." (Obadja 1:13) En vanwege deze houding spreekt Obadja namens God een vloek over hen uit: "Daarom zul je met schande worden overdekt en voor altijd worden uitgeroeid." (Obadja 1:10) Wie aan Gods volk komt, komt aan God zélf! Zo zei God tegen Saulus: "‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt." (Handelingen 9:4-5) Gods volk is Zijn oogappel! Tegen Abraham zei God al: "Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij." (Genesis 12:3) En die zegen geldt nog steeds!

waarschuwing voor de volken
Obadja spreekt in eerste instantie Edom aan, maar daar blijft het niet bij. Hij trekt het breder naar alle volken. De vloek over Edom is meteen ook een waarschuwing aan het adres van alle volken! Elk volk zal geoordeeld worden naar hun houding tegenover Israël: "Maar de dag van de HEER is nabij voor alle volken; dan zal met jou gedaan worden wat jij met hen gedaan hebt, dan zullen je daden op je eigen hoofd neerkomen." (Obadja 1:15) 

Toen ik deze woorden overdacht, moest ik denken aan de Jodenhaat, het antisemitisme, dat steeds weer de kop op steekt en waarvan we vanuit de Bijbel ook weten, dat het alleen maar toe zal nemen, tot het een hoogtepunt zal bereiken: "Ik zal alle volken samenbrengen – zegt de HEER – om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken." (Zacharia 14:2) 

Ik moest denken aan de Tweede Wereldoorlog waarin duizenden Joden zijn omgebracht. Een tijd van zware vervolging van Gods volk. In dat verband, werd ik geraakt door vers 3 en 4: "Door je hoogmoed heb je je laten verleiden: hoog woon je, hoog in de rotskloven, daar heb je je huis gebouwd, en je denkt: Wie haalt mij naar beneden? Maar al vlieg je zo hoog als een adelaar, al bouw je je nest in de sterren, dan nog haal ik je neer – spreekt de HEER." (Obadja 1:3-4) Ik moest direct denken aan de enorme hoogmoed van Hitler. Sprak hij niet over de übermensch versus de untermensch, oftewel de Joden? Kwam de adelaar niet voor in het wapen dat de Duitsers gebruikten? En liet Hitler geen huis bouwen op een berg, de Kehlstein? En dan de naam van dit huis: Adelaarsnest! En zo zien we de woorden van Obadja ook in deze periode in de geschiedenis heel letterlijk terug! Ik geloof niet in toeval ... Overigens is het wel boeiend om te weten, dat Hitler maar weinig in dit Adelaarsnest is geweest vanwege hoogtevrees, niet tegen ijle lucht kunnen en angst voor een aanslag. Hoogmoed heeft zijn grenzen ... 

op de knieën
De hoogmoed van Edom hield geen stand en ook de hoogmoed van Hitler hield geen stand. En zo zal God aan alle hoogmoed een einde maken. Elke vijand van Zijn volk zal Hij op de knieën brengen! "In die tijd zal men Jeruzalem “Troon van de HEER” noemen. Alle volken zullen er samenstromen, ze zullen op de naam van de HEER afkomen en zich niet meer laten leiden door hun koppig en boosaardig hart." (Jeremia 3:17)

Behalve een vloek over Edom spreekt Obadja ook een zegen uit. Een zegen voor het volk van Jacob: "Maar jullie vinden een toevlucht op de Sion; de Sion wordt weer een heilige plaats." (Obadja 1:17) Dat is waar het op uit zal lopen! Jeruzalem waar God door alle volkeren aanbeden zal worden. "Bevrijders zullen de Sion opgaan en regeren over het bergland van Esau – en aan de HEER zal het koningschap toebehoren." (Obadja 1:21)

Voor het zover is, zullen er zware tijden aanbreken. De strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad zal heftiger zijn dan ooit! De profetie van Obadja bepaalt mij bij de vraag: Hoe is jouw houding tegenover Israël? Wordt die gekenmerkt door ontzag voor de Heer of door hoogmoed? Het is een vraag voor iedereen, ook voor christenen! Zo spreekt Paulus de christenen in Rome aan op hun houding tegenover het Joodse volk. Ze keken neer op hen vanwege hun ongeloof, vanwege het verwerpen van Jezus als Messias. En dan zegt Paulus: "Maar nu zult u tegenwerpen: ‘Die takken zijn toch afgebroken zodat ik geënt kon worden?’ Zeker, ze zijn afgebroken vanwege hun ongeloof en u dankt uw plaats aan uw geloof. Wees daarom echter niet hoogmoedig, maar heb ontzag voor God: als hij de oorspronkelijke takken al niet heeft gespaard, zou hij u dan wel sparen?" (Romeinen 11:19-21)

geloof brengt redding
Doet het ongeloof van Israël er dan niet toe? Zeker wel! Profeet na profeet waarschuwt hen. En die waarschuwing gaat door! Zo schrijft Paulus: "Maar Israël, dat ernaar streefde door de wet rechtvaardig te worden, heeft dat niet bereikt. Wat is daarvan de oorzaak? Ze handelden alsof het van hun daden afhing, en niet van geloof. Ze zijn over de steen gestruikeld waarover geschreven staat: ‘In Sion leg ik een steen neer waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot. Maar wie in hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’" (Romeinen 10:31-33) 

Maar God is niet uit op ondergang maar op redding! "Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om, want waarom zouden jullie sterven, volk van Israël?" (Ezechiël 33:11) En daarom is ook het gebed van Paulus: "Broeders en zusters, ik wens uit de grond van mijn hart en bid tot God dat ze zullen worden gered." (Romeinen 10:1) 

God houdt van Zijn volk, Hij beschermt Zijn volk en Hij zegent hen. Dat heeft Hij door alle eeuwen heen bewezen en Hij zal dat blijven doen tot het einde toe! Hij doet wat Hij belooft! Hij heeft hun redding op het oog. Zijn hart gaat naar hen uit! En tegelijk geldt, dat zoals Zijn hart uit gaat naar Zijn eigen volk, het ook uit gaat naar alle volkeren. Hij heeft iedereen op het oog! Elke knie zal zich buigen, van Jood én niet-Jood. De een is niet meer dan de ander. "Er is geen onderscheid tussen Joden en andere volken, want ze hebben allen dezelfde Heer. Hij geeft zijn rijke gaven aan allen die hem aanroepen, want er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered." (Romeinen 10:12-13) 

Mijn gebed is daarom, dat Joden én christenen elkaar liefdevol en respectvol zullen omarmen. Samen in afwachting van onze Heer en uitzien naar Zijn komst! "Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?" (Lucas 18:7-8)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen