maandag 21 maart 2016

Werken doen die Jezus deed

Kan ik als mens ooit bevatten wat Jezus heeft gedaan? Aan de ene kant denk ik van niet. Daarvoor is mijn menselijke verstand en mijn begrip té beperkt! Wat Jezus gedaan heeft is iets bovennatuurlijks. Op meerdere plekken in de Bijbel komt die menselijke beperktheid aan de orde. Salomo zegt: "De hoogte van de hemel, de diepte van de aarde en het hart van de koningen zijn niet te doorgronden." (Spreuken 25:2) En Paulus: "Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele." (1 Korinthe 13:9) "Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben." (1 Korithe 13:12)

En toch ... Ik zie hier ook een gevaar! Namelijk dat we ons zelf ten onrechte een beperking opleggen of onszelf een excuus geven om voor zaken weg te lopen. Zeker er zijn zaken waarvan ook Jezus zegt, dat alleen de Vader, God zelf, weet hoe het in elkaar zit. Maar daar kan ik me nooit achter verschuilen! Meerdere keren brengt Jezus gebrek aan kennis of inzicht in verband met ongeloof. Wanneer Thomas tegen Jezus zegt: "Heere, wij weten niet waar U heen gaat, en hoe kunnen wij de weg weten?" (Johannes 14:5), dan weerlegt Jezus dat meteen! "Jezus zei tegen hem:  Ik ben de Weg, de Waarheid  en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien." (Johannes 14:6-7)


Thomas
Thomas redeneert nog vanuit de oude situatie. Hij heeft als mens geen feitelijke kennis over waar Jezus naar toe gaat en ook niet langs welke weg. Maar de boodschap van Jezus voor Thomas is, dat het niet gaat om kennen met het hoofd, maar het het hart! Een veel diepere vorm van kennen! Het woord, dat Jezus gebruikt, is hetzelfde woord dat ook gebruikt wordt voor 'geslachstgemeenschap hebben'. Zo wordt dit zelfde woord ook gebruikt in Mattheus 1:25 waar verteld wordt dat Jozef geen seksuele omgang had met Maria voordat Jezus geboren werd. Kennen heeft hier dus alles te maken met relatie, met dieper inzicht, met doorgronden.

Jezus markeert hier een belangrijk punt voor Thomas, voor de andere leerlingen en voor ons allemaal! Het feit, dat Jezus Zich hier aan hen laat zien, nadat Hij uit de dood is opgestaan, is alles wat nodig is om te doorgronden wat Jezus heeft gedaan! 'Wat je hier ziet, Thomas, dat is de Vader! Tot nu toe heb je naar Mij gekeken als een mens. Nu is het moment daar om Mij te zien als God! En dan zul je alles gaan begrijpen! Dan zul je God kennen, zoals je binnen het huwelijk elk intiem detail kent van elkaar!'

Filippus
Filippus, één van de andere aanwezigen, begrijpt niet wat Jezus bedoelt. Hij blijft hangen in het verstandelijke! "Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg." (Johannes 14:8) Hier klinkt iets in door van 'hou het maar gewoon simpel'. Blijkbaar kan Filippus niet zo veel met die diepere lagen. Hij heeft niet in de gaten, dat er hier sprake is van een omslagpunt in de geschiedenis! Voor Jezus is de reactie van Filippus een grote teleurstelling en zelfs een blijk van ongeloof! "Ben Ik zo'n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; en hoe kunt u dan zeggen: Laat ons de Vader zien? Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken. Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf." (Johannes 14:9-11) 

De vraag van Filippus maakt duidelijk, dat er een sluier hangt over zijn hart. Hij is niet in staat om te doorgronden wat Jezus hier zegt. Jezus gaat zelfs nog verder! Drie jaar heeft Jezus intensief met Zijn leerlingen opgetrokken. Hij heeft hen onderwijs gegeven, Hij heeft hen wonderen laten zien, Hij heeft hen er op uit gestuurd om het evangelie te verkondigen, zieken de handen op te leggen en demonen uit te drijven. Ze hebben de hele lijdensweg van Jezus van nabij meegemaakt! En nog steeds is Filippus niet in staat om te bevatten dat de Messias hier voor hem staat!

In Johannes 1 lees ik hoe Jezus Filippus roept als Zijn leerling. Twee simpele woorden: "Volg Mij!" (Johannes 1:44) En Filippus is meteen vol enthousiasme! "Filippus vond  Nathanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden  over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth. En Nathanaël zei tegen hem: Kan uit Nazareth iets goeds komen? Filippus zei tegen hem: Kom en zie." (Johannes 1:46-47) Filippus heeft meteen door wie hem geroepen heeft: Jezus, die is aangekondigd in de Thora en de Profeten! En als Nathanaël hem niet geloofd, dan zegt hij: als je mij niet gelooft, kom dan zelf maar eens kijken! Na zijn opstanding confronteert Jezus Filippus dus eigenlijk met de woorden die hij zelf tegen Nathanaël gezegd heeft!

Geloof
De woorden van kennis die Jezus vervolgens uitspreekt, zijn voldoende om Nathanaël tot een geloofsbelijdenis te brengen! "Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de Koning van Israël." (Johannes 1:50) Bijzonder is de reactie van Jezus op deze geloofsbelijdenis! "Omdat Ik tegen u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft u. U zult grotere dingen zien dan deze. En Hij zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u allen: Van nu af zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen." (Johannes 1:51-52) Al vanaf het allereerste begin, maakt Jezus dus al duidelijk aan Zijn leerlingen, dat 'geloof' de sleutel is! Door geloof wordt zichtbaar, wat zonder geloof niet zichtbaar is!

De volgende keer dat Filippus in beeld komt, is in Johannes 6. Een grote menigte volgt Jezus vanwege alle genezingen die er door Jezus plaats vinden. "Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag dat een grote menigte naar Hem toe kwam, zei Hij tegen Filippus: Waar zullen wij broden kopen, opdat deze mensen kunnen eten?" (Johannes 6:5) In het volgende vers staat er bij, dat Jezus dit vraagt om Filippus op de proef te stellen! "Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor hen niet genoeg, zodat ieder van hen een beetje zou kunnen krijgen." (Johannes 6:7) Filippus kijkt naar de omstandigheden: meer dan 5000 mensen, geen voedsel mee, geen geld. Kortom: een onmogelijke situatie! Menselijk gesproken althans! Filippus kijkt naar de omstandigheden vanuit menselijk perspectief! En juist op dat punt gaat Jezus hem een belangrijke les leren! Jezus geeft hen allemaal te eten met slechts 5 broden en 2 vissen! En het brengt de mensen tot een geloofsbelijdenis! "Toen de mensen dan het teken dat Jezus gedaan had, gezien hadden, zeiden zij: Híj is werkelijk de Profeet, Die in de wereld komen zou." (Johannes 6:14) 

De volgende geschiedenis waar ik Filippus tegen kom is in Johannes 12. Een paar Grieken willen graag een ontmoeting met Jezus en vragen Filippus om dit te regelen. Uit de woorden van Jezus maak ik op, dat Hij er op dat moment geen tijd voor wil maken. Er staan grote dingen te gebeuren! Jezus kondigt aan dat de tijd gekomen is, dat Hij moet sterven. En vervolgens zegt Hij: "Vader, verheerlijk Uw Naam! Er kwam dan een stem uit de hemel: En Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem opnieuw verheerlijken. De menigte dan die daar stond en dit hoorde, zei dat er een donderslag geweest was. Anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken." (Johannes 12:28-29) Het kan niet anders of Filippus heeft dit allemaal van nabij meegemaakt!

Ongeloof
Een paar voorbeelden van gebeurtenissen waarbij Filippus direct betrokken was. En daarnaast zijn er nog vele, vele andere gebeurtenissen waar hij bij geweest moet zijn. En toch kan Jezus na Zijn opstanding wanneer Hij aan de leerlingen verschijnt niet anders dan vast stellen, dat Filippus Hem nog steeds niet kent! Drie jaren vol onderwijs, tekenen en wonderen waren niet genoeg ... Zelfs het feit dat Filippus zélf er op uit gestuurd is om het evangelie te verkondigen, zieken te genezen en demonen uit te drijven (Marcus 6:7-13), was blijkbaar niet genoeg! Hij had zélf het niet alleen het evangelie van het Koninkrijk verkondigt, maar ook zichtbaar gemaakt! Vanuit de autoriteit die hij van Jezus gekregen had, was hij daar toe in staat. Maar het bracht hem niet tot werkelijk geloof ... En ik denk, dat dát het is waarvan Jezus hem bewust wil maken.

Wanneer ik de reactie van Jezus lees in Johannes 14 moet ik denken aan de woorden van Paulus: "Maar hun gedachten werden verhard, want tot op heden blijft diezelfde bedekking bij het lezen van het Oude Testament, zonder te worden weggenomen. Die bedekking wordt tenietgedaan in Christus. Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes gelezen wordt, een bedekking op hun hart. Maar wanneer het zich tot de Heere bekeert, wordt de bedekking weggenomen." (2 Korinthe 3: 14-16) De woorden van Jezus in Johannes 14 klinken hier duidelijk in door! In heel zijn denken zit Filippus nog 'gevangen' in het oude verbond. Filippus is nog niet in staat gebleken om de omslag te maken die nodig is. En Jezus maakt hem duidelijk, dat er daarvoor twee dingen nodig zijn: 'geloof' en 'de Geest van de Waarheid'.

"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen. Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht. En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn." (Johannes 14:12-17) 

De Weg
Of het nu gaat om Thomas of om Filippus, Jezus wijst hen niet de deur, maar de Weg! Hun ongeloof is voor Hem geen reden om hen af te wijzen. Wel wijst Jezus hen terecht. Ze moeten zich er van bewust worden, dat geloof onmisbaar is. De autoriteit die Jezus zelf had, legde Hij op Zijn discipelen en zo konden ze doen, wat Jezus deed. Zelfs bij gebrek aan geloof zo hebben we gezien. Maar nu Jezus gestorven is en weer is opgestaan, is er sprake van een nieuwe situatie. Een nieuwe periode in de geschiedenis is aangebroken. De tijd waarover Jeremia profeteerde: "Zie, er komen  dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun  tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE.  Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken." (Jeremia 31:31-34)

Jezus maakt Zijn leerlingen duidelijk, dat die tijd nu is aangebroken. Hij zal naar de hemel gaan. terug naar Zijn Vader. Maar Hij laat hen niet alleen achter. De boodschap voor Thomas, Filippus en de andere leerlingen is, dat Hij de "Geest der Waarheid" zal sturen, die de wet in hun harten zal schrijven. Door de Geest zullen allen Hem kennen, hun onrecht zal vergeven worden en God zal aan hun zonden niet meer denken! Wat een rijke belofte voor de leerlingen van Jezus. Toen, maar ook nu! Door Jezus hebben we én weten we alles wat we nodig hebben. Vandaar ook de woorden van Jezus: "van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien." (Johannes 14:7)

En Jezus maakt heel duidelijk, dat dat 'kennen' ons tot grote dingen in staat stelt! Wie gelooft en de Geest der Waarheid heeft ontvangen, is door Jezus een mens geworden met autoriteit! En dat zul je merken ook, zegt Jezus!  "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen. Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht." (Johannes 14:12-15) Jezus zegt niet dat wie geloof het 'kan', maar dat we het 'zal' doen! Een wezenlijk verschil! En daarmee laat Jezus ons allemaal in de spiegel kijken. Doe ik inderdaad de werken, die Jezus deed, zelfs grotere? Zo ja, dan "zal de Vader in de Zoon verheerlijkt worden"! Zo nee, dan is het zaak om onszelf af te vragen of we wel daadwerkelijk geloven en of we inderdaad de Geest der Waarheid hebben ontvangen. Of leven we wellicht onder de bedekking  waar Paulus het over heeft in 2 Korinthe 3? Of is het de situatie waar Paulus de Galaten op aan spreekt? "En nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?" (Galaten 4:9) Paulus heeft maar één wens: "Dat Christus gestalte in u krijgt!" (Galaten 4:19) Paulus herinnert de Galaten én ons aan de woorden van Jezus zelf. Niet vrijblijvend als ik het zo allemaal op mij in laat werken ... "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen." (Johannes 14:12)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen