dinsdag 5 april 2016

Persoonlijk verantwoordelijk voor elkaar

Deze week was er weer zo'n moment ... Ik las in de Bijbel en het raakte me. Het liet me niet los! Ik was de profetie van Ezechiël aan het lezen. Vroeger kon ik niet zoveel met de profetieën ... Ingewikkeld, vaag, zo weinig toepasbaar voor nu, een en al waarschuwing ... Vaak sloeg ik ze dus maar over. Totdat mijn kijk op de plek van het Joodse volk veranderde en ik er achter kwam hoe vaak de profetieën aangehaald worden in de vier evangeliën, in alle brieven en in Openbaringen. Ik ben er achter gekomen dat er zoveel lijnen, verbanden, betekenissen langs je heen gaan wanneer je de profetieën niet kent ... Niet voor niets worden de Thessalonicenzen opgeroepen om behalve te bidden, te danken, de Geest niet uit te blussen, enzovoort zich ook te verdiepen in de woorden van de profeten! "Veracht de profetieën niet!" (1 Thessalonicenzen 5:20) Het is blijkbaar een onmisbaar onderdeel van het geestelijk leven! En dus was ik Ezechiël aan het lezen ...


persoonlijk verantwoordelijk
"Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered. En als een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afwendt en onrecht begaat en Ik een struikelblok voor hem leg, zal híj sterven. Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven. Zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet meer in herinnering gebracht worden, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondigt, en hij inderdaad niet zondigt, zal hij zeker in leven blijven omdat hij gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered." (Ezechiël 3:17-21) 

Dat is nogal wat! God maakt Ezechiël persoonlijk verantwoordelijk voor de mensen om hem heen! Of het nu gaat om mensen die zonder of met God leven, in beide gevallen geldt dat Ezechiël ze moet waarschuwen. Doet hij dat niet, dan houdt God Ezechiël er verantwoordelijk voor, dat ze verloren gaan! Waarschuwt hij ze wel, dan redt hij daarmee zijn eigen leven. Ezechiël kan dus niet negeren wat hij ziet om zich heen! Hij komt niet weg met de gedachte 'dat is hun eigen verantwoordelijkheid'...

Tegelijkertijd, zo zegt God erbij, zal degene die gewaarschuwd wordt daar wel iets mee moeten doen. Kiest die ander er voor om door te gaan op zijn of haar zondige weg en bekeert hij of zij zich niet, dan zijn de consequenties geheel voor eigen rekening. Er is dus sprake van verantwoordelijk zijn voor elkaar én eigen verantwoordelijkheid tegelijkertijd. Het één staat niet los van het ander. Negeer je de zonde van een ander, dan ben je in feite medeplichtig. Negeert die ander jouw waarschuwing, dan ontslaat dat jou van je medeplichtigheid.

misvattingen over zonde en schuld
Het onderwerp 'zonde en schuld' hield de mensen in Israël blijkbaar bezig in de tijd van Ezechiël! Er was zelfs een spreekwoord bedacht waarmee men beweerde, dat de kinderen gestraft werden voor de zonden van hun vader: "De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen worden stomp?" (Ezechiël 18:2) God wijst dat radicaal van de hand! Hij verbiedt Zijn volk om dit spreekwoord nog langer te gebruiken! God is heel duidelijk: "De mens die zondigt, díe zal sterven. De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hemzelf zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hemzelf zijn. Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden die hij gedaan heeft, al Mijn verordeningen in acht neemt en recht en gerechtigheid doet, zal hij zeker in leven blijven, hij zal niet sterven. Al zijn overtredingen, die hij begaan heeft, ze zullen hem niet in herinnering gebracht worden. Vanwege zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven." (Ezechiël 18:20-22) God oordeelt ieder mens naar zijn eigen daden.  

Een andere gedachte die leefde onder het volk van God was, dat de zonde van een rechtvaardig mens anders zou oordelen dan van een goddeloze. Men veronderstelde, dat God een zonde weg zou strepen tegen alle rechtvaardige daden. Ook door deze gedachte zet God een dikke streep! "Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid en onrecht doet, overeenkomstig al de gruweldaden die de goddeloze gedaan heeft en doet, zal hij in leven blijven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, ze zullen niet in herinnering gebracht worden. Vanwege zijn trouwbreuk, die hij gepleegd heeft en vanwege zijn zonde, die hij begaan heeft, alleen dáárom zal hij sterven." (Ezechiël 18:24) 

En dan was er ook nog een derde misvatting. "De weg van de Heere is niet recht." (Ezechiël 18:25a) Men beschuldigde God er van, dat je eigenlijk niet weet waar je aan toe bent, van meten met twee maten. Maar God draait het om! "Luister toch, huis van Israël! Mijn weg is niet recht? Zijn niet veeleer uw wegen onrecht?" (Ezechiël 18:25b) Ze meten zélf met twee maten, door onderscheid te maken tussen hun eigen zonden en die van hen die God niet dienden. Ze geloofden, dat God het hen niet aan zou rekenen, omdat ze toch ook veel goed deden. Maar God maakt heel duidelijk: zonde is zonde, ongeacht wie het doet. In beide gevallen zal het diegene even zwaar aangerekend worden! En wanneer iemand die niet met God leeft zich bekeerd, dan is dat niet minder waard, dan wanneer iemand die wel met God leeft zich bekeerd van zijn zondige weg. In beide gevallen zal dat hun leven redden. "Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid en onrecht doet en daarom sterft, dan sterft hij vanwege zijn onrecht, dat hij gedaan heeft. Maar als een goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en recht en gerechtigheid doet, zal hij zijn ziel in het leven behouden. Hij kwam tot inzicht en bekeerde zich van al zijn overtredingen, die hij gedaan had. Hij zal zeker in leven blijven, hij zal niet sterven." (Ezechiël 18:26-27)

Om het even concreet te maken met een vergelijking: Wanneer een voetballer een bal naast het doel schiet, kan hij op dat moment zeggen, dat hij er toch ook veel wel ingeschoten heeft. Toch doet dat niets af aan het feit, dat hij nu gemist heeft. Op dat moment is hij niet anders dan een voetballer die de bal altijd naast schiet. In beide gevallen levert het geen doelpunt op! Maar tegelijk geldt ook, dat wanneer beide voetballers wél scoren, het doelpunt van de één niet meer waard is dan de ander. Beide doelpunten zijn op zichzelf genomen even veel waard. Uiteraard kan de gevoelswaarde anders zijn. Van de een verwacht je immers een doelpunt en van de ander niet. Wanneer de eerste mist is de teleurstelling wellicht groter dan wanneer de ander mist. En wanneer degene die altijd mist ineens raak schiet is de vreugde misschien groter, dan wanneer de ander raak schiet. Maar aan het doelpunt zelf verandert dat niets! Die zal in beide gevallen gelijk beoordeeld worden. 

leven!
God maakt heel duidelijk waar Hij op gericht is. Over mensen die niet met Hem leven zegt Hij: "Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? spreekt de Heere HEERE. Is het niet, wanneer hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven?" (Ezechiël 18:23) En over mensen die wel met hem leven, maar in zonde vallen, zegt Hij: "Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!" (Ezechiël 18:32)

In hoofdstuk 33 herhaalt God al deze woorden nog eens. Opnieuw spreekt God daar over het waarschuwen van elkaar. Wanneer een land een wachter aan stelt om mensen te waarschuwen wanneer er vijandige legers in aantocht zijn, dan is het de verantwoordelijkheid van die wachter om goed op te letten en de bazuin te blazen wanneer er onraad is. Maar vervolgens is het de verantwoordelijkheid van de mensen zelf om te reageren op het geluid van de bazuin. "Als dan hij die het geluid van de bazuin hoort, die wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt en neemt hem weg, dan zal zijn bloed op zijn eigen hoofd rusten. Hij heeft het geluid van de bazuin gehoord en zich niet laten waarschuwen. Zijn bloed zal op hem rusten. Hij echter, die zich laat waarschuwen, redt zijn leven." (Ezechiël 33:4-5) Het hebben van een wachter, die waakzaam is, helpt je niets wanneer je niet reageert op zijn waarschuwing! Het ontslaat je niet van je eigen verantwoordelijkheid om naar die waarschuwing te handelen. 

elkaar waarschuwen
God stelt Ezechiël aan als wachter over Israël. Daarmee legt Hij een grote verantwoordelijkheid op zijn schouders. Maar ... tegelijk is daar ook de verantwoordelijkheid van Israël zélf, namelijk luisteren naar de waarschuwingen van Ezechiël. En God maakt opnieuw duidelijk wat Hij op het oog heeft: "Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël?" (Ezechiël 33:11) God is niet uit op straf, maar op redding! De vraag die God echter aan Zijn volk stelt is: Willen jullie je laten redden en nemen jullie je dus de waarschuwingen te harte?

Even weer het voorbeeld van die voetballers: Voor beide spelers geldt, dat ze een coach hebben en medespelers. Wanneer ze ook maar enigszins het idee hebben, dat de spitsen een kansloze positie komen en dus niet zullen scoren, zullen ze aanwijzingen gaan roepen. Niet omdat ze het beter weten, maar om hun medespelers te helpen om te scoren! Dat is je plicht als medespelers. Maar hoe hard je ook roept, de spitsen zullen wel wat met de aanwijzingen moeten doen. Leggen ze het naast zich neer, dan, dan valt hun medespelers niets te verwijten, maar is het geheel aan de spits zelf. 

onrechtvaardig?
Gods reddingsplan ontslaat de mens niet van eigen verantwoordelijkheid! Dat is het eerste wat God hier duidelijk maakt aan Ezechiël. Het tweede is, dat 'resultaten uit het verleden' er niet toe doen. "De gerechtigheid van de rechtvaardige zal hem niet redden op de dag van zijn overtreding. En wat de goddeloosheid van de goddeloze betreft, hij zal er niet door struikelen op de dag dat hij zich van zijn goddeloosheid bekeert, en de rechtvaardige zal niet door zijn gerechtigheid in leven kunnen blijven op de dag dat hij zondigt." (Ezechiël 33:12) Iemand die altijd met God geleefd heeft, maar dan in zonde valt en zich daar niet van wil bekeren, kan geen beroep doen op zijn gehoorzaamheid in vroeger tijden. En voor iemand die altijd zonder God geleefd heeft, maar zich dan van zijn zonden bekeerd en voortaan met God leeft, geldt dat hij niet hoeft in te zitten over zijn zondige verleden.

Wanneer iemand zijn zonden goed praat, omdat hij verder toch goed bezig is, dan komt hij bedrogen uit. "Als Ik tegen de rechtvaardige zeg dat hij zeker in leven zal blijven, maar híj op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, dan zullen geen van zijn gerechtigheden in herinnering gebracht worden, maar in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, daarin zal hij sterven." (Ezechiël 33:13)

Voor de Israëlieten voelde dit als onrechtvaardig! Heb je een heel vroom leven geleid, waar je maar kan heb je de wet nageleefd en val je op een gegeven moment toch in zonde, dan wordt je dat aangerekend. En iemand die er altijd maar op los leefde en van God noch gebod wilde weten, maar zich op een gegeven moment bekeert, die wordt alle schuld kwijt gescholden! Dat konden ze maar moeilijk accepteren! Het betekende dat iemand die pas bekeerd was gelijkwaardig was aan iemand die zijn leven lang met God geleefd had. En ook, dat je dus geen enkel krediet op bouwde. Een confronterende boodschap voor de Israëlieten!

Met de boodschap die God Ezechiël aan Zijn volk laat brengen, houdt Hij hen een spiegel voor. God laat de mensen zien wat hun werkelijke hartgesteldheid is. Ze zijn niet gericht op Hém, maar op zichzelf. Ze hebben het idee, dat ze door zich aan de wet te houden zichzelf kunnen redden. Maar God wijst hen er op, dat Hij niet werkt met een soort puntensysteem, waarbij je behouden wordt wanneer je voldoende punten hebt. Zo was het wel bij de goden van de andere volkeren. Bij hen kon je je redding verdienen ... De keerzijde hiervan is: Heb je niet genoeg punten, dan heb je pech gehad. dan ga je verloren. Eigen schuld, dikke bult!

Maar bij JHWH is het anders! Het gaat er niet om wat zij Hem te bieden hebben, maar wat Hij hén wil bieden! Hij heeft juist een boodschap van hoop! "Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël?" (Ezechiël 33:11) Wanneer God een lijstje met punten bij zou gaan houden, dan zou iedereen verloren gaan! Dan was er voor niemand enige hoop, tenzij je volmaakt zou leven! En tóch is er hoop! Want God maakt duidelijk, dat Hij hun redding op het oog heeft! Maar ... Als ze het zélf niet konden verdienen ... Hoe dan wél? 

Eigenlijk is het dezelfde vertwijfeling die we later terug zien bij de discipelen na het onderwijs van Jezus over het Koninkrijk der Hemelen: "Toen Zijn discipelen dit hoorden, stonden zij versteld en zeiden: Wie kan dan zalig worden? Maar Jezus keek hen aan en zei tegen hen: Bij de mensen is dat onmogelijk,  maar bij God zijn alle dingen mogelijk." (Mattheüs 19:25-26)

Bekering
God zelf zal verandering brengen! "Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een  nieuw hart geven en een nieuwe  geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt." (Ezechiël 36:25-27) 

Jaren later is het Johannes de Doper die, net als Ezechiël, oproept tot bekering!"Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen." (Mattheüs 3:2) Wat toen nog een profetie was, zal nu in vervulling gaan! En niet lang daarna herhaalt ook Jezus zelf deze woorden! "De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeer u en geloof het Evangelie."(Marcus 1:15) Dit 'Evangelie' waar Jezus over spreekt, is niet de vier evangeliën zoals wij die in de Bijbel hebben staan. Dat was op dat moment allemaal nog toekomst! Als Jezus het dus hier over 'Evangelie' heeft, dan kan het dus niet anders dan een terugverwijzing zijn naar dat wat de profeten al hadden voorzegd! En het kan haast niet anders of de Joden hebben in de oproep van Johannes de Doper en Jezus de echo gehoord van onder anderen de profetie van Ezechiël. Van jongs af aan leerden ze immers de Thora en de profeten uit hun hoofd! 

Jezus zelf legt ook die link! "Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen." (Mattheüs 5:17) Alles wat in de Thora en de profeten staat gaat in Jezus in vervulling! Jezus is de Hoop in levenden lijve! Hij is het van Wie Johannes de Doper zei: "Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!"(Johannes 1:29) Ook dat waren woorden die de Joden direct herinnerd zal hebben aan Jesaja 53! "Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,en door Zijn striemen  is er voor ons genezing gekomen." (Jesaja 53:5)

Het is dezelfde boodschap waarmee Jezus ook Zijn discipelen op pad stuurt. "En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit.  U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets." (Mattheüs 10:7-8) Nog steeds dezelfde oproep tot bekering! Net zoals Ezechiël persoonlijk de verantwoordelijkheid kreeg om mensen te waarschuwen, zo krijgen Jezus' leerlingen die ook. Maar er blijft ook eigen verantwoordelijkheid ... Wie niet luistert naar de bazuin van de wachter, neemt een risico! En daarom zegt Jezus tegen zijn leerlingen: "En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten. Voorwaar, Ik zeg u: Het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad." (Mattheüs 10:14-15)

Omzien naar elkaar
Ezechiël is dan wel gericht op het volk van Israël, maar in de brieven van de apostelen komt duidelijk naar voren, dat we dit nu breder moeten zien. Zo schrijft Paulus over het "geheimenis, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie." (Efeziërs 3:6) Voor de goede orde: er staat niet, dat de heidenen in plaats van Israël zijn gekomen! (Zie ook de bijbelstudie 'Er is nog plaats op de edele Olijf!) Paulus noemt het zelfs een opdracht van God om ook hen te waarschuwen: "overeenkomstig het bevel van de eeuwige God, om hen tot geloofsgehoorzaamheid te brengen." (Romeinen 16:26) Dat sluit ook aan bij de opdracht die Jezus geeft vlak voor Hij naar de Hemel gaat: "U zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde." (Handelingen 1:8) Het evangelie zal klinken over de hele aarde! De oproep tot bekering moet overal gehoord worden!

Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God;
 13 maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken,  opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde.
- See more at: http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/hebreeen/3/#sthash.h4uNXhSH.dpuf
Persoonlijk vind ik het best confronterend wanneer ik er bij stil sta welke verantwoordelijkheid er hier naar mij toe komt! Uiteraard is er allereerst diepe dankbaarheid! God houdt zo veel van mij, dat Hij mijn redding op het oog heeft en niet mijn ondergang! Hij gaf Zijn Zoon om dát mogelijk te maken! Onvoorstelbaar! Maar hoe meer ik dat tot mij door laat dringen, hoe groter ook het besef, dat dat evangelie overal gehoord moet worden! Ik geloof oprecht, dat de verantwoordelijkheid die God aan Ezechiël oplegt, ook mijn verantwoordelijkheid is als christen. God is immers altijd dezelfde! Zijn verlangen is niet veranderd! Hij heeft het leven van ieder mens op het oog!

De vraag komt op mij af: Ben ik inderdaad op die manier begaan met mijn geloofsgenoten? En met het Joodse volk? En met mijn buren, collega's, vrienden, mensen op straat? Heb ik, net als God hun léven op het oog? Paulus schrijft: "Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God;maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde." (Hebreeën 3:12-13) Omzien naar elkaar ... Niet uit bemoeizucht of veroordeling! Maar omdat er levens op het spel staan! Die van mijzelf, wanneer ik verzaak om de ander te waarschuwen, maar ook het leven van die ánder!

Zeker ... Het Woord van God is heel troostvol, liefdevol, bemoedigend. Maar op Zijn tijd ook confronterend dus! Toen ik er verder over na dacht, moest ik denken aan de woorden van Paulus: "Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart. (Hebreeën 4:12)  

God heeft ons aangesteld als wachters. God heeft ons léven op het oog, onze redding: "Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft!" (Ezechiël 33:11a) Over dát evangelie mógen we niet zwijgen!
Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God;
 13 maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken,  opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde.
- See more at: http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/hebreeen/3/#sthash.h4uNXhSH.dpuf

1 opmerking:

  1. Ik vind het vooral heel mooi dat je het persoonlijk maakt aan het eind. Diepzinnige studie. Dank je wel.

    BeantwoordenVerwijderen