maandag 18 april 2016

Rovershollen afbreken

Grote schoonmaak ... Dat is wat Jezus doet in de tempel. Een heel bekende geschiedenis. Jezus is net als een held, als een koning, binnengehaald. "Hosanna, de Zoon van David! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen!" (Mattheüs 21:9) Pure aanbidding zou je zeggen ...

En dan stapt Jezus de tempel binnen ... En Hij kan niet aanzien wat er allemaal gebeurt in de tempel. Het is een grote handelsplaats geworden, een markt, of zoals Jezus het zelf noemt "een rovershol". Hierbij moeten we denken aan een grot waar rovers zich schuil hielden, hun buit verstopten en hun successen vierden. Een groot contrast met wat de tempel zou moeten zijn: een huis van gebed. Een plaats waar mensen God zoeken, God aanbidden en Hem vragen naar Zijn wil. Jezus kan het niet aanzien! Hij gooit de tafels en stoelen omver en jaagt de handelaars en kopers allemaal naar buiten!

Jezus laat Zijn spierballen zien. Vanaf nu zal echt duidelijk worden waarvoor Hij gekomen is. Verder dan dat besef kwam ik eigenlijk niet ... Vandaag las ik deze bekende geschiedenis en ineens raakte het me diep van binnen! Ineens ging er een soort deur open naar een diepere laag in deze tekst en zeker toen ik verder in de Bijbel ging studeren!


Profeten
Jezus boosheid had diepe wortels en herinnerde aan een rijke belofte! Dat blijkt uit Zijn eigen woorden: "Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt." (Mattheüs 21:13) Wat Jezus doet heeft alles te maken met wat "er is geschreven"! Een directe verwijzing dus naar de profeten. En dus kan het niet anders of elke Jood die onderwijs had genoten, wist waar Jezus het over had! Ze moesten immers de Thora, de Profeten en de Geschriften uit hun hoofd leren? Dat was een belangrijk deel van hun opleiding!

Willen we begrijpen wat hier gebeurt, dan zullen we dus terug moeten naar de bron: de woorden van de profeten. God heeft Zijn volk vanaf het begin af aan verteld hoe Hij aanbeden wil worden. En door de profeten herinnert Hij Zijn volk hier aan. Zo zegt Jesaja: "Neem het recht in acht en doe gerechtigheid, want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden. Welzalig een sterveling die zo handelt, het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die de sabbat in acht neemt, zodat hij die niet ontheiligt, en die zijn hand ervoor behoedt om enig kwaad te doen." (Jesaja 56:1-2) 

God wil, dat er recht gedaan wordt en dat gerechtigheid zichtbaar wordt! Hij wil, dat niet alleen Israël, maar álle volken Hem zullen aanbidden! "En de vreemdelingen die zich bij de HEERE voegen om Hem te dienen en om de Naam van de HEERE lief te hebben, om Hem tot dienaren te zijn; allen die de sabbat in acht nemen, zodat zij hem niet ontheiligen, en die aan Mijn verbond vasthouden: hen zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg, en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed. Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar. Want Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken. De Heere HEERE, Die de verdrevenen uit Israël bijeenbrengt, spreekt: Ik zal er tot Hem nog meer bijeenbrengen, naast hen die al tot Hem bijeengebracht zijn." (Jesaja 56:6-8) 

Recht spreken en doen
Een plaats van recht, gerechtigheid een aanbidding ... Dat is wat de tempel hoort te zijn. Bijzonder is ook, dat het Hebreeuwse woord voor bidden ook 'recht spreken' betekent. Ik moet daarbij ook denken aan bijvoorbeeld Mozes en Salomo over wie we lezen, dat de mensen bij hen kwamen om recht te spreken. Zij waren daarvoor door God aangesteld en hadden dus autoriteit daarvoor. Zij gaven daarbij niet hun persoonlijke mening, maar spraken Gods oordeel over de situatie uit.

Dat lezen we ook terug in het gebed, dat Salomo uit spreekt bij de inwijding van de tempel: "Schenk dan aandacht aan het gebed van Uw dienaar en aan zijn smeekbede, HEERE, mijn God, door te  luisteren naar het roepen en naar het gebed dat Uw dienaar heden voor Uw aangezicht bidt. Laten Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, waarvan U hebt  gezegd: Mijn Naam zal daar zijn, om te luisteren naar het gebed dat Uw dienaar op deze plaats zal bidden. Luister dan naar de smeekbede van Uw dienaar en Uw volk Israël, die zij op deze plaats zullen bidden. En U, luister in Uw woonplaats, in de hemel, ja luister, en vergeef." (1 Koningen 8:28-30) 

Vervolgens somt Salomo in zijn gebed allerlei voorbeelden op van situaties waarin onrecht is. Geen onrecht tussen mensen onderling, maar tussen de mens en God. Voorbeelden waarbij het volk leeft in zonde en die zonde dus tussen God en de mensen in staat. "Wanneer Uw volk Israël door de vijand wordt verslagen, omdat zij tegen U hebben gezondigd, en zij zich tot U bekeren, Uw Naam belijden en tot U in dit huis zullen bidden en smeken, luistert Ú dan in de hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israël, en breng hen terug naar het land dat U aan hun vaderen gegeven hebt. Als de hemel gesloten is en er geen regen komt, omdat zij tegen U gezondigd hebben, en zij op deze plaats bidden, Uw Naam belijden en zich van hun zonde bekeren, omdat U hen vernederde, luistert Ú dan in de hemel en vergeef de zonde van Uw dienaren en van Uw volk Israël, want U leert hun de goede weg waarop zij moeten gaan, en geef regen op Uw land, dat U aan Uw volk als erfelijk bezit hebt gegeven. Als er honger in het land is, als er pest is, als er korenbrand, meeldauw, veldsprinkhanen en zwermsprinkhanen komen, als zijn vijand hem benauwt in het land met zijn steden,  als er enige plaag of enige ziekte komt, elk gebed, elke smeekbede die er zal zijn van ieder mens uit heel Uw volk Israël, als eenieder de plaag van zijn hart erkent en naar dit huis zijn handen uitstrekt, luistert Ú dan in de hemel, Uw vaste woonplaats, vergeef, en grijp in, en geef eenieder naar al zijn wegen, U, Die zijn hart kent. U alleen kent immers het hart van alle mensenkinderen, opdat zij U vrezen alle dagen die zij leven op de grond die U onze vaderen gegeven hebt." (1 Koningen 8:33-40) 

Salomo wijst het volk en ons de weg als het gaat om de aanbidding van God in de tempel. Als er zonde is en onrecht, dan staat dat de omgang en de relatie met God in de weg. En dus moet dat uit de weg worden geruimd! Er moet recht gesproken worden door te bidden. Zonden moeten beleden worden en er is bekering nodig. Dat is de enige weg naar vergeving. Er gaat een streep door het onrecht!

Jeremia herinnert het volk in feite aan dit gebed van Salomo wanneer hij namens God zegt: "Hoor het woord van de HEERE, heel Juda, u die door deze poorten binnengaat om zich voor de HEERE neer te buigen. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laat uw wegen en uw daden goed zijn, dan laat Ik u wonen in deze plaats. Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit! Als u echter uw wegen en uw daden werkelijk betert, als u werkelijk recht doet tussen iemand en zijn naaste, als u de vreemdeling, de wees en de weduwe niet onderdrukt, geen onschuldig bloed in deze plaats vergiet, en geen andere goden achterna gaat, uzelf ten kwade, dan zal Ik u in deze plaats, in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, laten wonen, eeuw uit en eeuw in." (Jeremia 7:2-7) Wanneer de tempel gebruikt wordt zoals God het heeft bedoeld, zal er zegen uit voort komen! God verbindt er rijke beloften aan met eeuwigheidswaarde!

Onrecht en ongehoorzaamheid
Maar ondanks alle instructies van God en alle herinneringen daar aan kiest het volk van God een andere weg ... De mensen komen wel naar de tempel, maar niet om recht te doen, niet om God te aanbidden zoals Hij dat heeft voorgeschreven ... "Zie, u vertrouwt op bedrieglijke woorden die niet van nut zijn. Stelen, doodslaan, overspel plegen, valse eden afleggen, reukoffers brengen aan de Baäl, andere goden achternagaan, die u niet gekend hebt, en dan voor Mijn aangezicht komen staan in dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, en zeggen: Wij zijn gered – om al deze gruweldaden te doen? Is dan dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? Ook Ik, zie, Ik heb het gezien, spreekt de HEERE." (Jeremia 7:8-11) Ze belijden dat ze God (YHWH) aanbidden, maar in werkelijkheid lopen ze andere goden achterna. Ze bidden, en spreken dus recht, maar ze doen onrecht. Het gaan naar de tempel is slechts religie geworden ...

Wanneer ik lees in de profeten, dan raakt het me hoe eindeloos veel geduld God heeft. Telkens weer keert het volk God de rug toe, maar nooit gooit God definitief de deur dicht. Op allerlei manieren laat Hij hen inzien, dat ze zich zonder Hem op een doodlopende weg bevinden. Dat leven alleen mogelijk is waar recht en gerechtigheid gedaan wordt, daar waar God aanbeden wordt. Maar leven is niet mogelijk als er geen bekering is ... Als het onrecht blijft bestaan, dan kán God de gebeden niet aanhoren. God zegt tegen Jeremia: "En u, bid niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep of gebed aan, dring niet bij Mij aan, want ik zal niet naar u luisteren. Ziet u niet wat zij doen in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem?" (Jeremia 7:16-17) Bidden betekent recht spreken. Maar hoe kan er recht gesproken worden wanneer het onrecht blijft bestaan?

En dat brengt me weer terug bij Jezus in de tempel. Juist op de plek waar recht gesproken zou moeten worden en waar gerechtigheid zichtbaar zou moeten worden, juist daar is het een rovershol! Sinds de tijd van Jeremia is er dus niets veranderd! En ik denk dat dát het is waar Jezus de mensen op wil wijzen! Het lijkt allemaal zo vroom en ze weten het allemaal zo goed, maar de werkelijkheid is, dat ze ongehoorzaam zijn een God en leven in zonde! Daar waar recht gesproken zou moeten worden om leven te brengen, daar is onrecht en dus de dood. Jezus is gekomen om recht te doen. Waar de mensen niet toe in staat blijken te zijn, dat komt Jezus voor hen doen! "Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen!" (Mattheüs 5:17) 

Huis van gebed en aanbidding

En dat is wat hier al zichtbaar wordt bij de opruiming in de tempel! Dat wat de mensen zelf al lang hadden moeten doen, dat doet Jezus: schoon schip maken in de tempel! De tempel moet weer een plaats van aanbidding zijn, waar recht gesproken wordt namens God! Het Woord van God moet weer klinken in de tempel! En dat is precies wat Jezus gaat doen: "En Hij gaf dagelijks onderwijs in de tempel." (Lucas 19:47) En het effect, de beloften en de zegen van God, worden direct zichtbaar! "En er kwamen blinden en kreupelen bij Hem in de tempel en Hij genas hen!" (Mattheüs 21:14) Wauw! Nieuw leven wordt zichtbaar! De levens van deze mensen veranderen van het ene moment op het andere! En de kinderen beginnen te zingen wat ze de volwassenen hoorden zingen bij de intocht van Jezus: "Hosanna, de Zoon van David!" (Mattheüs 21:15) Bijzonder wanneer we dit weer in verband lezen met de woorden van Jeremia: "De kinderen sprokkelen hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin van de hemel. Zij gieten plengoffers uit voor andere goden, zodat zij Mij tot toorn verwekken." (Jeremia 7:18) Waren de kinderen eerst betrokken bij het offeren aan de afgoden, nu prijzen ze Jezus met hun lied!

De genezingen en deze lofprijzing aan het adres van Jezus schieten de overpriesters en schriftgeleerden in het verkeerde keelgat! Hoe kán Jezus accepteren wat de kinderen hier zingen? Onacceptabel vinden ze! Maar opnieuw confronteert Jezus hen met wat "er is geschreven": "Uit de mond van jonge kinderen en van zuigelingen hebt U voor Uzelf lof tot stand gebracht." (Mattheüs 21:16) Jezus citeert hier uit de Psalmen. Ze zullen de woorden zeker hebben herkend. Jezus citeert slechts de eerste helft van een zin, maar de overpriesters en schriftgeleerden zullen zeker ook hebben geweten hoe deze zin in deze psalm verder gaat:"Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van uw tegenstanders, om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden." (Psalm 8:3) Opnieuw laat Jezus hen dus in de spiegel van het Woord kijken! En indirect bestempelt Jezus hen zo als "tegenstanders, vijand en wraakzuchtigen". Wat zullen ze gekookt hebben van woede!

Tempel van de Heilige Geest
Met deze tempelreiniging spreekt Jezus de mensen aan op het onrecht en de ongehoorzaamheid. Hij maakt schoon schip en laat zien hoe het er in de tempel wél aan toe hoort te gaan. Van levensbelang voor de mensen toen, maar zeker ook voor ons nu! Toen ik over deze actie van Jezus in de tempel nadacht, kwam ineens een uitspraak van Paulus in mijn gedachten: "Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u." (1 Korinthe 3:16-17) Mijn lichaam is een tempel ... een huis van gebed. Niet alleen mijn hart, maar ook mijn ogen, mijn oren, mijn mond, mijn handen, mijn voeten, mijn geslachtsorganen en alle andere onderdelen van mijn lichaam! Wanneer ik al het bovenstaande op mijzelf betrek, op mijn hele lichaam, dan komt de schoonmaakactie van Jezus ineens heel dicht bij! Eigenlijk laat Jezus ons hier heel concreet zien wat 'bekering' inhoudt!

Is mijn hele lichaam inderdaad een plaats van aanbidding of is het een rovershol? Heb ik echt volledig opruiming gehouden, alles weggedaan uit mijn leven wat niet past in het leven met God? Heb ik al mijn zonde beleden? Ben ik oprecht in mijn dienen van God of is het religie, uiterlijk vertoon? Is mijn hele lichaam inderdaad een plek van recht en gerechtigheid? Een plek waar de wil van God wordt gedaan? Of accepteer ik, bewust of onbewust, dat er toch nog bepaald onrecht of ongerechtigheid is in mijn leven? Petrus doet in zijn toespraak, vlak na de uitstorting van de Heilige Geest, een belangrijke oproep. En oproep die helemaal past in de lijn van het gebed van Salomo, in de oproep van Jesaja, Jeremia en Jezus zelf: "Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, en Hij Jezus Christus zal zenden, die tevoren aan u verkondigd is." (Handelingen 3:19-20) Een grote schoonmaak in mijn hele lichaam geeft ruimte aan Jezus om Zijn werk te doen in mij en dat zal ik ervaren al "tijden van verkwikking".

En wanneer het dan schoon en opgeruimd is, dan moet het ook zo blijven! Elke rover die probeert om van mijn lichaam weer een rovershol te maken, zal ik tegen moeten houden en weg moeten sturen. Elk onrecht en elke ongerechtigheid die ik opmerk bij mijzelf zal ik moeten belijden. Niet uit angst voor straf, maar omdat ik er naar verlang dat mijn lichaam een plaats van aanbidding is. Zonde belijden, betekent mijn lichaam schoon houden, zodat er alle ruimte is voor gebed, aanbidding, recht en gerechtigheid. Ruimte ook voor het Woord van God.

Gemeenschap van heiligen
En het mooie is: daar kunnen we elkaar bij helpen! "Belijd elkaar de overtredingen en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand." (Jacobus 5:16) Dát is gemeente zijn! Samen schoonmaken. Niet uit angst voor straf, maar vanuit een gezamenlijk verlangen tot gehoorzaamheid. "Omgord daarom de lendenen van uw verstand, wees nuchter en hoop volkomen op de genade die u gebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus. Word als gehoorzame kinderen niet gelijkvormig aan de begeerten die er vroeger in de tijd van uw onwetendheid waren. Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig." (1 Petrus 1:13-16) Samen heilig voor God! Geen utopie, maar een keuze! Mogelijk gemaakt door Jezus zelf!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen