dinsdag 13 december 2016

Bidden voor genezing is ontmaskering van het kwaad (2)

Bidden voor genezing is ontmaskering van het kwaad In een serie van vier Bijbelstudies willen we nadenken over 'genezing'. In de eerste stonden we stil bij het Koninkrijk van God. Dit keer staan we stil bij het herstel dat Jezus kwam brengen. In de derde bij het ontmaskeren van het kwaad. Tenslotte staan we in de vierde dan stil bij de plek die genezing in dit geheel heeft. Geneest God vandaag nog steeds?

In de vorige Bijbelstudie eindigden we er mee, dat Jezus ons op roept om eerst het Koninkrijk van God te zoeken en Zijn gerechtigheid. Het recht van God moet weer zichtbaar worden op aarde! Jezus kwam om dat mogelijk te maken.

Paulus legt het aan de Romeinen zo uit: "Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. (Romeinen 8:3-4) Mensen zitten gevangen in het koninkrijk van deze wereld, zijn slaaf van de vorst van deze wereld. Er was een ingrijpen van God nodig, een bevrijdingsactie. God stuurde Zijn eigen Zoon om mensen uit het koninkrijk van deze wereld over te zetten naar het Koninkrijk van God. Om mensen te bevrijden van hun slavernij aan de zonde, het vlees, en een leven in vrijheid te geven, een leven door de Geest. "Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde." (Kolossenzen 1:13)

Het moest weer goed komen tussen God en mensen. En Jezus was de enige weg waarlangs het Koninkrijk van God weer zichtbaar zou kunnen worden op aarde. De mens zelf was daar, langs de weg van de wet, niet toe in staat. Jezus kwam om te doen, waar de mens zelf niet toe in staat was. En dat niet alleen. Hij legt de mensen ook uit hoe het er in het Koninkrijk van God aan toe gaat. En Hij doet het ze voor. "U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten." (Mattheus 22 :37-40)

Jezus maakt hier nog een belangrijk principe duidelijk. Gods Koninkrijk wordt zichtbaar langs twee lijnen: een verticale en een horizontale, leven met God en leven met elkaar, relatie met God en relatie met mensen om je heen. Die tweeslag is niet nieuw. We zien deze twee lijnen door de hele Bijbel heen terug komen. In Genesis 1 lezen we het scheppingsverhaal vanuit het verticale perspectief: de relatie tussen God en de schepping en God en mens. In Genesis 2 lezen we nogmaals het scheppingsverhaal. Dit keer vanuit het horizontale perspectief: de mens in relatie met de schepping. Ook in de leefregels die God Zijn volk geeft, 10 woorden van leven, is deze tweeslag zichtbaar: de eerste vier gaan over de relatie met God, de volgende zes gaan over de relatie tussen mensen onderling.

Door de hele Bijbel heen wordt zichtbaar, dat als de relatie tussen de mens en God niet goed is, dat direct ook zichtbaar wordt in de relatie tussen mensen onderling. Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Harmonie tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Zo had God de wereld bedoeld! Zo moet het dus weer worden! Wat kapot gemaakt is, wordt weer hersteld. Dat is wat Jezus verkondigde én zichtbaar maakte. En dat is ook wat gelovigen mogen verkondigen én zichtbaar mogen maken.

Herstel tussen God en mensen, en van daar uit herstel tussen mensen onderling. Daarmee stuurde Jezus Zijn leerlingen op pad: "En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets." (Mattheus 10:7-8) In woord én daad moet het evangelie van het Koninkrijk verkondigt worden! En het effect van die verkondiging zal zijn, dat zij die het zullen horen het zelf ook zullen gaan doen! Dat blijkt uit de woorden van Jezus: "En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden. (Marcus 16:17-18)

Jezus brengt herstel en maakt zo het Koninkrijk van God zichtbaar hier op aarde. En Hij geeft Zijn leerlingen de opdracht om dat ook te doen. In Zijn Naam, oftewel vanuit Zijn autoriteit. En zij mogen het weer doorgeven. Gods Koninkrijk wordt zichtbaar in ieder die gelooft. Jezus ontmaskert het kwaad en Hij leert zijn leerlingen om dat ook te doen! Daar gaan we in de derde Bijbelstudie in deze serie van vier verder op in.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen