zondag 3 augustus 2014

Gods stem verstaan betekent kijken met je oren en luisteren met je ogen

Gods stem verstaan betekent kijken met je oren en horen met je ogen
Je hebt van die tekeningen, waar je op twee manieren naar kunt kijken. Je ziet bijvoorbeeld in eerste instantie een jonge vrouw. Maar als je net even anders naar de tekening kijkt, dan zie je ook een oud vrouwtje. En als je die dan eenmaal gezien hebt, dan snap je niet dat je er eerst overheen hebt kunnen kijken!

Dat moet het gevoel zijn, dat de Emmaüs-gangers ook hadden. Ze zijn van Jeruzalem op weg naar huis en vol van de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Jezus, hun Heer, hun Meester en Leraar is gekruisigd en enkele vrouwen beweren dat Hij is opgestaan en dat ze Hem hebben gezien! Terwijl ze er over praten komt er iemand bij hen lopen en doet hen uitgebreid uit de doeken, dat wat er gebeurd is, moest gebeuren en door de Bijbel heen, zoals die toen bekend was, ook aangekondigd. Ze zijn verbaasd over de kennis van deze vreemdeling. Pas wanneer de man bij hen thuis het brood breekt en rond deelt, zien ze het in eens! "Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik." (Lucas 24:31) 

geloof
Ze zien ineens dat het Jezus is! Daarvoor was "hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden." (Lucas 24:16) Een gevaarlijke situatie! Had Jezus niet geleerd: "Het oog is de lamp van het lichaam. Als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht. Maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis." (Lucas 11:34) Ongeloof ligt op de loer! Ze keken als het ware door een sluier. Jezus, op dat moment nog gezien als vreemdeling, spreekt hen daar op aan. "Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten." (Lucas 24:25-27) Ze hadden het kunnen weten als ze alles wat ze hadden gezien en hadden gehoord met elkaar hadden verbonden. En Jezus vertelt er ook bij wat de verbindende factor is: geloof!

Zonder geloof blijven wat ik hoor en zie losse feiten. Gevolg is, dat ik wat ik zie of wat ik hoor ook niet begrijp en niet op waarde kan schatten. Horen en zien horen bij Jezus onlosmakelijk bij elkaar! Wanneer de leerlingen van Johannes bij Jezus komen en namens Johannes vragen of Hij de Messias is, zegt Jezus: "Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien." (Matteüs 11:4) Jezus weet dat Johannes gelooft en dus horen en zien zal kunnen verbinden.

ongeloof
Later komt het weer aan de orde wanneer Jezus met zijn eigen leerlingen spreekt: "Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling: “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen.” Gelukkig jullie ogen omdat ze zien, en jullie oren omdat ze horen! Want ik verzeker jullie: vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen." (Matteüs 13:13-17) 

Wanneer er ongeloof is, dan blijven wat ik hoor en zie losstaande feiten. Ook wonderen hebben dan geen zin. Dat zegt Jezus ook tegen de Farizeeën. "Daar kwamen de Farizeeën op hem af, en ze begonnen met hem te discussiëren. Om hem op de proef te stellen, verlangden ze van hem een teken uit de hemel. Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’ Hij liet hen staan waar ze stonden, stapte weer in de boot en voer naar de overkant." (Marcus 8:11-13) Jezus kent hun ongeloof en wil geen parels voor de zwijnen gooien. 

wonderen
Het is het ongeloof waar Jezus telkens weer tegen aan loopt. Ook in Zijn eigen vaderstad. De mensen horen Zijn wijsheid, ze zien Zijn wonderen, maar geloven niet. Integendeel, ze nemen aanstoot aan Hem. Wanneer er geen geloof is, dan hebben wat ik zie en hoor juist averechts effect. Het leidt dan juist tot afkeer en weerstand. In zo'n situatie wil Jezus geen wonderen doen. Sterker nog, Hij kan het dan ook niet doen, omdat de situatie het niet toe laat! "Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. Hij stond verbaasd over hun ongeloof." (Marcus 6:5-6) Was er geloof geweest, dan zou Hij nog veel meer hebben laten zien!

Geloof is dus een onmisbare factor. Jezus leert dat ook aan Zijn discipelen wanneer Hij hen voor het eerst op pad stuurt. "Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist. Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben." (Marcus 6:10-11) Is er geen geloof, steek er dan geen energie in! Maar, is er wél geloof, dan gebeuren er mooie dingen! "Ze gingen op weg en riepen de mensen op om tot inkeer te komen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen." (Marcus 6:12-13)

doof en blind
Weg gaan wanneer er ongeloof is. Jezus legt ook uit waarom. Ongeloof is besmettelijk! "Hij waarschuwde hen: ‘Pas op, hoed je voor de zuurdesem van de Farizeeën en voor de zuurdesem van Herodes.’ Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden. Toen hij dit merkte, zei hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet? Weten jullie dan niet meer hoeveel manden vol stukken brood jullie hebben opgehaald toen ik vijf broden brak voor vijfduizend mensen?’ ‘Twaalf,’ antwoordden ze. ‘En toen ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden vol stukken brood hebben jullie toen opgehaald?’ ‘Zeven,’ antwoordden ze. Toen zei hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?" (Marcus 8:15-21) 

De discipelen maken zich bezorgd over wat ze moeten eten. En dat terwijl ze al meerdere keren hebben ervaren, dat Jezus daarin zal voorzien. Maar wanneer er ongeloof is, blijven het slechts feiten. Dan is er geen bindmiddel, die de verbinding legt met wat Jezus hen had geleerd. "Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden." (Matteüs 6:31-33) Geloof is de sleutel!

spreken en handelen
Bijzonder om te ontdekken hoe bij Jezus spreken en handelen altijd samen gaan daar waar Hij geloof vindt. Wanneer Hij spreekt, dan handelt Hij. Wanneer Hij tegen mij spreekt, dan verwacht Hij dat ik handel naar dat wat Hij gesproken heeft. En dan zal Hij mijn geloof ook rijkelijk zegenen! Tijdens een van de keren dat Jezus na Zijn opstanding verschijnt aan Zijn leerlingen herinnert Hij hen daar ook aan. "Hij nu zeide tot hen: Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Zij wierpen het (net) uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen." (Johannes 21:6 NBG51) De zegen volgt wanneer Zijn opdracht wordt verstaan én gedaan met een gelovig hart.

Horen én zien, spreken én handelen. Het kenmerkt Jezus en het kenmerkt ook wie Hem volgen. Johannes zegt: "Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden." (1 Johannes 2:4, 6)

God zet mij aan het werk! De valkuil is, dat ik het idee krijg, dat ik iets moet verdienen. Dat is precies waar Paulus de Korinthiërs op wijst. Want dat is namelijk hoe het er in het oude verbond aan toe ging. God had Zijn wet gegeven en het volk moest deze naleven. Een onmogelijke opgave! Voor ieder mens was er maar één conclusie mogelijk: Ik ben ten dode opgeschreven, want ik kan niet volbrengen wat de wet van mij eist! Wat ze hoorden in de wet en wat ze zagen bij zichzelf waren onmogelijk bij elkaar te krijgen. Twee aparte werelden als het ware. En zolang mijn focus is, dat God iets van mij vraagt en dat ik dat moet volbrengen om iets te verdienen, dan blijven horen en zien twee aparte werelden. Het kan niet anders of ik loop vast. "Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt. Hij wordt alleen in Christus weggenomen. Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart, telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen." (2 Korinthiërs 3:14-15)

geloven is begrijpen
Er is maar één manier om die horen en zien, woord en daad bij elkaar te brengen: kijken naar Christus! "Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen. Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid." (2 Korinthiërs 3:16-17) Jezus heeft mij vrijgekocht van de wet. Wat geëist werd in de wet, dat heeft Hij gedaan. "Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest." (Romeinen 8:3-4)

Wanneer ik geloof, dat Hij dat deed voor mij, dan komen horen én zien, spreken en handelen ineens wél bij elkaar. "Want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt." (Filippenzen 2:13) Daar zit precies de verandering! Mijn situatie is niet langer 'God spreekt en ik handel', maar 'God spreekt en Jezus handelt'. Het grote wonder is dit: Wat God van mij vraagt, heeft Hij door Jezus zelf al gedaan! En door Zijn Geest stelt Hij mij in staat om Jezus daarin na te volgen. Elke dag een beetje meer! "Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen. Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd." (2 Korinthiërs 3:16-18)

Het geloof dat God door Zijn Geest in mij werkt brengt horen en zien bij elkaar. Wanneer ik luister naar wat Hij zegt, dan is het mijn gelovige verlangen om de Geest dat door mij heen ook te laten doen. En andersom: Wanneer ik zie hoe God aan het werk is, en daar andere mensen van hoor getuigen, dan mag ik daar Gods stem weer in verstaan. Waar geloof is gaan spreken en handelen samen. Zo laat God mij door Zijn Geest als het ware zien met mijn oren en luisteren met mijn ogen! Een onnavolgbaar wonder!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen