"Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop." (Handelingen 3:6) Een moment waarop het leven van een verlamde man voorgoed veranderde!
Bij iedereen die voorbij kwam, stak deze verlamde man zijn hand uit in de hoop dat iemand iets met hem wilde delen. Zijn blik nederig naar de grond gericht. Elk ontvangen muntje werd zorgvuldig opgeborgen in de hoop dat hij aan het einde van de dag voldoende had voor zijn levensonderhoud ... Al sinds zijn geboorte een leven in volkomen afhankelijkheid ...
Stel dat Petrus en Johannes wel geld bij zich hadden gehad toen ze langs deze verlamde man kwamen. En stel, dat ze deze man een muntje in handen hadden gestopt. De man zou een bedankje gepreveld hebben, het muntje hebben opgeborgen en zijn hand weer hebben uitgestoken in afwachting van de volgende voorbijganger. Aan het einde van de dag zou hij zich Petrus en Johannes misschien niet eens meer herinnerd hebben. Hij zat hier immers dag in, dag uit, jaar in, jaar uit ...






